Diede van Puffelen ANP

"Het is klaar. Mijn leven is over", schoot die 26ste mei door het hoofd van Diede van Puffelen. De hockeyer van Rotterdam was immers het ongelijke gevecht met zijn plots hevig trillende motor - waarschijnlijk door een losgeslagen remklauw in het wiel - aan het verliezen. En bij een vaartje van 130 kilometer per uur op de snelweg laat de afloop zich raden. Dacht Van Puffelen.

"Ik werd uiteindelijk van de motor gelanceerd, maar daar weet ik helemaal niets meer van", kan hij zowaar, iets meer dan twee jaar na dato, vertellen. "Ik werd weer wakker toen ik tegen de vangrail lag, zo van: wat is er gebeurd? Ik keek gelijk naar mijn benen. Zijn ze er nog, is er iets van mijn lichaam af? Als je met 130 valt op de snelweg, vrees je het ergste."

"Ik zat op mijn knieën en dacht: ik moet even stilzitten. Er waren omstanders om mij heen, dus ik knipperde met mijn ogen om een teken van leven te geven. Maar ik wilde even nadenken: wat is hier nou gebeurd? Ik leef nog, maar wat is de schade aan mijn lichaam? Dat was wel de grootste vraag op dat moment."

Hartkneuzing

Van Puffelen voelde pijn aan zijn schouder - niet zo gek, want naast twee ribben had hij ook een sleutelbeen en een schouderblad gebroken - en er kwam bloed uit zijn mond - het gevolg van een klaplong.

Van Puffelen: 'Ik ben vrijer gaan hockeyen, ervaar minder druk'

"Er was gelukkig niets met mijn wervels aan de hand. Maar ik had wel een hartkneuzing. Dat was het ergste. Daardoor belandde ik ook voor drie dagen op de intensive care. De eerste nacht, hebben ze tegen mijn ouders gezegd, wisten ze niet of ik het ging overleven. Dat hing helemaal af van het herstel die nacht. Het kon de ene kant op vallen of de andere. Gelukkig werd het de goede kant..."

Sterker, hij kon al spoedig weer aan hockeyen gaan denken. "Ik was vastberaden: het komt weer helemaal goed. Ik leef nog, heb gewoon wat botbreuken, dat was het. Mijn wil om weer op hoog niveau te hockeyen was zo groot. Mensen van Rotterdam zeiden: doe maar rustig, de eerste seizoenshelft hoef je niet te spelen, eerst goed herstellen. Maar ik zei: 4 augustus beginnen de trainingen en dan sta ik gewoon weer op het veld. En dat was ook het geval."

Bondscoach aan de lijn

"Ik kon toen nog niet alles doen. Ik had een enorm stijve schouder. Het deed ook enorm veel pijn om een stick vast te houden en te bewegen. Maar ik mocht wel gewoon weer trainen. Na 2,5 maand was ik gewoon weer aan het hockeyen."

En ook het Nederlands team kwam weer in beeld. Veel sneller dan de middenvelder had durven hopen hing bondscoach Max Caldas aan de telefoon. Begin dit jaar keerde hij terug bij Oranje. "Ik had dat nog niet verwacht na één seizoenshelft goed hockey. De Pro League stond voor de deur, dus er waren wat kansen. En die heb ik meteen gegrepen. Ik was enorm blij dat ik weer aan mocht sluiten."

Diede van Puffelen in actie tijdens de Pro League tegen Groot-Brittannië ANP

En nu is hij met de Nederlandse ploeg actief op de EK in Antwerpen. Als een ander mens dan voorheen - meer relativerend en meer genietend van de dag van vandaag - maar ook als een andere hockeyer. "De druk in het veld ervaar ik veel anders. Die is niet te vergelijken met de druk die ik destijds op de motor had om mijn eigen leven te redden. Daardoor ben ik wat vrijer gaan hockeyen en frivoler. De handrem is er eigenlijk af."

Olympisch goud

De inmiddels 27-jarige hockeyer durft ook weer te dromen van het ultieme doel: met Oranje naar de Olympische Spelen. Met prolongatie van de Europese titel zou het ticket voor Nederland al binnen zijn. En Van Puffelen twijfelt er niet aan dat hij dan ook van de partij is in de jacht naar eeuwige roem. "Van bijna dood naar olympisch goud."

Hij zal dan ook wel weer terugdenken aan die 26ste mei. Al doet hij dat sowieso al met grote regelmaat. De kapotte velg van zijn motor helpt daarbij. "Die heb ik als aandenken in mijn kast gezet. Dat is een soort monument van mij geworden voor de verandering in mijn leven. Die wil ik altijd houden en koesteren. Net als de beschadigde helm. Die heb ik ook nog. Het bloed zit er zelfs nog aan."

STER reclame