"Blijf trots op Nederlands erfgoed"

time icon Aangepast

Door verslaggever Jeroen Wielaert

Zwarte Piet en Kamp Westerbork: ze zijn symbolisch en omstreden als Nederlands erfgoed. Die bewegende vaderlandse erfenis komt uitgebreid aan de orde in twee nieuwe boeken: Ons Erf, van Warna Oosterbaan en de Bosatlas van het Cultureel Erfgoed. Ze verschijnen tegelijkertijd, in een soort onofficiële Week van het Nederlands Erfgoed.

Welk Nederland moet worden teruggegeven aan welke Nederlanders? Dat is één van de kernvragen in Ons Erf. Socioloog en journalist Warna Oosterbaan schreef het in samenloop met een grootscheeps onderzoek van een stel Nederlandse universiteiten, getiteld Culturele Dynamiek.

Het boek is gebaseerd op het al veel langer bestaande gevoel van onbehagen over de Nederlandse identiteit. Of Nederland nog wel thuis is in Nederland. Die vraagt leidt tot onrust onder een niet gering deel van de Nederlanders.

Hoe is het dus anno 2014 met de voorheen zo knusse beschutting van het vaderlandse erf? Oosterbaan: "Je moet dat thuisgevoel een beetje licht opvatten. Zoals we ons ook graag thuis voelen op terrasjes in Spanje of Parijs, moet je ook over Nederland gaan denken. Dit is niet 'ons' erf; we moeten het met veel mensen delen. Maar in feite is Nederland een paradijs van rijkdom en vreedzaamheid."

Westerbork

In zijn boek noemt Oosterbaan het Drentse oorlogskamp Westerbork als een voorbeeld van de kanteling van beoordeling van vaderlands erfgoed. In de vroege jaren zeventig werd het kamp verwaarloosd. Nu groeit het uit tot een drukbezocht herinneringscentrum voor de bezetting en deportatie.

Zwarte Piet is voor de schrijver ook een mooi voorbeeld van hoe we met erfgoed omgaan en het naar onze hand zetten. Hij legt uit: "Premier Rutte heeft gezegd dat Zwarte Piet nu eenmaal zwart is. Maar dat is niet zo. Je kunt hem ook afschminken. Dat is wat nu gebeurt bij de Hema en Albert Heijn. Het is een perfecte illustratie hoe we met ons erfgoed omgaan. We passen het aan onze behoefte aan."

Grote nieuwsgierigheid

De Bosatlas van het Culturele Erfgoed is de opvolger van de Atlas van de Nederlandse geschiedenis, die na de verschijning in december 2011 een groot verkoopsucces haalde. De makers spelen in op de grote behoefte aan dit soort naslagwerken. Dat het boek vaak werd verkocht, bewijst ook de grote nieuwsgierigheid naar al die typisch vaderlandse aspecten.

De nieuwe atlas wordt donderdagmiddag ten doop gehouden in het Rijksmuseum. Martine Gosselink is hoofd geschiedenis. Ze stelt vast: "Toen ik er doorheen bladerde, dacht ik dat ik het altijd al had willen hebben. De pakhuizen van het VOC, gemalen, forten, het houdt niet op. Het is een grote rijkdom. Compleet is het boek niet. Het is een smaakmaker, met veel vakmanschap gedaan. Je kunt van elk onderdeel een apart boek maken."

Voor Gosselink is de atlas ook in andere zin belangrijk. "Het is een geweten. Als je er doorheen bladert, zie je wat onze taak is. Ik denk dat het niet zo slecht met de zorg voor ons erfgoed is gesteld. Maar als het eenmaal is neergehaald, komt het niet meer terug. Ik vind dat er soms te snel wordt besloten om iets op te heffen. Gelukkig gebeurt er in steden, dorpen en verenigingen steeds meer om dingen te behouden."

Zuinig zijn dus, in plaats van bezuinigen? Gosselink: "Vooral trots zijn."

STER Reclame