In Bosnië-Herzegovina zijn vandaag parlements- en presidentsverkiezingen. Nationalistische strijdpunten en de kwakkelende economie domineerden de verkiezingscampagnes.

Bosnië is sinds de burgeroorlog van de jaren 90 nog altijd verdeeld in een Servisch deel, de Republika Srpska, en een federatie van Kroaten en moslims. Op verschillende niveaus telt het land 162 ministers en vaak is niet duidelijk wie het voor het zeggen heeft.

Dat het anders moet, is de meeste politici wel duidelijk. Maar Bosnisch-Servische leiders willen vooral onafhankelijkheid en ook de katholieke Kroaten willen het liefst een eigen staatje. De meerderheid van de moslims in Bosnië ziet meer in een centraal geleide staat.

Werkloosheid

Kiezers zijn de jarenlange discussies beu en maken een gelaten indruk. Ze vragen zich af of er nog wel iets zal veranderen. Zij willen dat de torenhoge werkloosheid (44 procent) wordt aangepakt en dat armoede en corruptie worden bestreden.

In februari leidde de onvrede tot rellen in Sarajevo en Tuzla. Er werden overheidsgebouwen in brand gestoken en ook bij het presidentiële paleis was het onrustig. De rellen duurden meerdere dagen.

Bosnië kampt nog met de gevolgen van de ongekend zware regenval in mei die grote verwoestingen veroorzaakte.

STER reclame