Sneller hulp bij kindermishandeling

Aangepast op

De afgelopen jaren zijn er bij Jeugdzorg meer meldingen binnengekomen van kindermishandeling, maar dankzij de medewerking van de ouders krijgen de kinderen sneller hulp. De rechter hoeft er minder aan te pas te komen dan tien jaar geleden, zegt Jeugdzorg Nederland.

In 2005 werden 18.951 meldingen behandeld en dat aantal is sindsdien gestegen tot 33.571 vorig jaar. Volgens Jeugdzorg wil dat niet zeggen dat veel meer kinderen zijn mishandeld. "Steeds meer mensen weten het speciale meldpunt te vinden."

Medewerking ouders

Veel meer ouders die hun kinderen mishandelden, zijn bereid om vrijwillig mee te werken aan een verbetering van de gezinssituatie. In gevallen dat ze weigeren mee te werken, wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Die bekijkt of een kind onder toezicht of uit huis geplaatst moet worden. Het is uiteindelijk de kinderrechter die de knoop doorhakt.

De Bureaus Jeugdzorg hebben sinds 2005 een speciaal meldpunt: Advies- en Meldpunt Kinderbescherming. Dankzij de komst van dat AMK is er een betere signalering van kindermishandeling ontstaan, zegt Jeugdzorg.

Kritiek Unicef

Desondanks vinden internationale kinderhulporganisaties als Unicef en Defence for Children dat er in Nederland nog steeds te veel kinderen worden mishandeld of verwaarloosd. Ze noemden onlangs een aantal van 118.000 meldingen per jaar.

Jeugdzorg Nederland vindt ook dat het aantal kindermishandelingen flink omlaag moet en doet daarom een beroep op scholen, huisartsen en wijkteams om goed te letten op signalen van mishandeling.