Het kabinetsbesluit om F-16's naar Irak te sturen betekent dat de Nederlandse regering een moeilijke keuze heeft moeten maken. Dat zegt voorzitter Jean Debie van de Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel (VBM).

"De inzet van de F-16's in Irak gaat bijvoorbeeld ten koste van de snelle reactiemacht die de NAVO wil opzetten", zegt Debie.

Nederland zou volgend jaar met acht gevechtsvliegtuigen deelnemen aan de reactiemacht, maar het kabinet schrijft in de artikel 100-brief aan de Tweede Kamer dat die bijdrage aan de snel inzetbare NAVO-macht wordt opgeschort.

Bezuinigingen

Volgens Debie is dat het gevolg van de bezuinigingen op Defensie van de afgelopen jaren: "Als je bezuinigt en operationele budgetten steeds kleiner maakt, kom je in een situatie waarin je dit soort keuzes gaat maken." Hoewel Nederland in theorie 68 F-16's kan inzetten, is de rek er in de praktijk uit, volgens Debie.

Zo zijn er toestellen nodig voor trainingsvluchten in de Verenigde Staten, voor de NAVO-missie in Polen en de Baltische staten en zijn er permanent twee toestellen nodig voor de verdediging van het Nederlandse luchtruim. Verder staat een groot aantal F-16's aan de grond voor onderhoud.

Taks

Ook voorzitter Anne Marie Snels van vakbond AFMP stelt dat Defensie met deze inzet aan zijn taks zit: "Er kan voorlopig dan ook echt niets anders."

Volgens Snels betekent het uitsturen van zo'n 380 man personeel dat Nederland, naast de missie in Mali, opnieuw meedoet aan een relatief grote missie: "Vroeger hadden we het over het uitzenden van duizenden mensen, maar daar is natuurlijk allang geen sprake meer van. De defensie-organisatie is daarvoor te veel gekrompen."

STER reclame