Het kabinet houdt vanmiddag een extra vergadering over een zogenoemde artikel 100-brief over deelname aan de internationale strijd tegen IS. Dat betekent dat Nederland hoogstwaarschijnlijk een militaire bijdrage gaat leveren.

Wat is een artikel 100-brief?

In artikel 100 van de Grondwet staat dat het kabinet het parlement moet informeren over de inzet van Nederlandse militairen bij de handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Dat doet het in een brief, waarover vervolgens een debat wordt gehouden in de Tweede Kamer. Een artikel 100-brief kan over elke vorm van militaire inzet gaan. Het maakt niet uit of de militairen mee gaan doen aan gevechten of bombardementen of dat ze worden ingezet bij bijvoorbeeld humanitaire hulpacties.

Afgelopen vrijdag stuurde het kabinet nog een artikel 100-brief over verlenging van de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Zuid-Soedan. Het gaat daarbij om 24 militairen en vier politiefunctionarissen, die als voornaamste taak de bescherming van vluchtelingen in kampen hebben. Dat ligt minder gevoelig dan de inzet van Nederlanders bij de strijd tegen IS in Irak.

Betekent deze artikel 100-brief dat Nederland gaat meevechten tegen IS?

Dat hoeft niet. Tot nu is niet besloten dat de internationale coalitie grondtroepen zal inzetten tegen IS. Wel zullen er bombardementen worden uitgevoerd. Nederland zal mogelijk zes F-16's leveren, maar het is nog niet zeker of die ook bij die bombardementen worden ingezet. In 2011 in Libië bijvoorbeeld werden Nederlandse F-16's ingezet om andere straaljagers te beschermen. Met de F-16's wordt overigens ook militair personeel meegestuurd. Het zou om ruim 100 mensen gaan. Vanwege deze mensen is er nu een artikel 100-brief nodig.

Moet de Tweede Kamer toestemming geven?

Nee, in formele zin hoeft dat niet. De regering hoeft een artikel 100-brief niet eens per se voor deelname aan een militaire actie te versturen. Als er dwingende redenen zijn, kan zo'n brief ook achteraf - maar dan wel zo spoedig mogelijk - worden verstuurd. Zo'n dwingende reden kan bijvoorbeeld zijn dat de levens van militairen in gevaar gebracht kunnen worden, als naar buiten komt wat ze gaan doen.

Maar ook als de brief wél vooraf naar de Staten-Generaal gaat, hoeft de Kamer formeel geen toestemming te geven. De regering beslist over inzet van het leger. Maar omdat het daarbij om mensenlevens gaat, wordt het heel belangrijk gevonden dat een ruime meerderheid in de Tweede Kamer met de brief instemt. Dus in de praktijk is het antwoord op deze vraag 'ja'.

Heeft de artikel 100-procedure altijd bestaan?

Nee. Artikel 100 is in het jaar 2000 in de Grondwet opgenomen. Aanleiding was een motie van GPV-Kamerlid Van Middelkoop, die eind 1994 werd aangenomen. Hij wilde dat de Kamer meer controle kreeg over militaire uitzendingen. Aanleiding was niet de val van de enclave Srebrenica in de Balkan-oorlog, zoals veel mensen denken, want die gebeurtenis vond in 1995 plaats.

Van Middelkoop constateerde dat Nederlandse militairen sinds het einde van de Koude Oorlog steeds vaker op gevaarlijke missies in verre werelddelen werden gestuurd en vond dat dat alleen kon als er breed draagvlak in de Kamer was. Het 'brede draagvlak' is niet in artikel 100 opgenomen, maar is in de politieke praktijk wel een wezenlijk onderdeel van de procedure geworden.

STER reclame