Beatrix opent WOI-paviljoen

Aangepast

Door redacteur Lambert Teuwissen

Prinses Beatrix heeft vanmorgen het Paviljoen Nederland en de Eerste Wereldoorlog geopend bij Huis Doorn, ooit het landgoed van de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II. Het project markeert een soort doorstart van het museum, dat een jaar geleden nog dreigde te moeten sluiten omdat de subsidie drastisch werd teruggeschroefd.

"Omdat de 100-jarige herdenking eraan zat te komen, besloten we op de trein te springen", zegt directeur Herman Sietsma. "Er was nog geen plek in Nederland waar de Eerste Wereldoorlog zo aan bod komt."

Het verhaal wordt verteld in de voormalige garage van de keizer, die ooit ruimte bood aan tien van zijn auto's. "Het was een beetje een donker hoekje van het terrein, met een oud gebouw waar de tuinmeubelen en een tractor stonden."

Onderbelicht

"De Eerste Wereldoorlog is onderbelicht in Nederland. Het is onze taak daar verandering in te brengen", stelt conservator Cornelis van der Bas. Volgens hem is het grote misverstand dat de neutraliteit van Nederland betekende dat hier ook weinig gebeurde.

200.000 mannen werden onder de wapenen gehouden om ons land te beschermen, tegen zowel Engeland als Duitsland. Er was schaarste doordat de Nederlandse koopvaardij letterlijk moest laveren tussen Britse zeemijnen en Duitse U-boten. Langs de grens met België kwam 300 kilometer dodelijk schrikdraad, om smokkel tegen te gaan.

Van der Bas: "Dat we neutraal waren maakte het juist spannend. Het was continu balanceren. We zaten tussen twee vuren, de grootmachten Duitsland en Groot-Brittannië. Men moest voorkomen dat één land werd voorgetrokken."

Over de grens

De tentoonstelling laat zien hoe Nederland geregeld te maken kreeg met buitenlandse strijdkrachten: Britse bommenwerpers die op weg naar België neerstortten in Zeeland of Duitse duikboten die in de Waddenzee vastliepen, bijvoorbeeld.

"Militairen die bewust of per ongeluk de grens overstaken, moesten worden ontwapend en geïnterneerd tot het einde van de oorlog. Ze werden door heel Nederland in kampen gestopt: Britten in Groningen, Duitsers in Bergen, Belgen in Amersfoort. En kwamen er in 1914 nog een miljoen Belgische burgervluchtelingen." Later in de oorlog, toen de paniek van de Duitse opmars en bezetting was geweken, gingen die overigens bijna allemaal weer naar huis.

Anderen kwamen juist clandestien naar ons land. "Rotterdam was een broeinest van spionage, omdat daar de schepen binnenliepen. In het monumentale Witte Huis aan de Geldersekade zaten de Duitsers, in een pand een paar honderd meter verderop de Britten."

Kopzorgen

Na de oorlog bezorgde één specifieke vluchteling de regering nog kopzorgen: Wilhelm II. die besloot te vluchten voor de Novemberrevolutie. Op de avond van 10 november 1918, vlak voor de wapenstilstand, stond hij ineens bij Eijsden aan de grens, met 59 treinwagons aan eigendommen.

"Engeland en Frankrijk eisten dat Wilhelm als oorlogsmisdadiger berecht zou worden, maar ook nu bleef Nederland neutraal. Verzoeken tot uitlevering werden afgewezen", zegt Van der Bas. "De Britten dreigden zelfs het kasteel te bombarderen waar hij werd opgevangen."

Het liep met een sisser af. Wilhelm kon zijn intrek nemen in Huis Doorn, al werd het hem verboden vrij te reizen. Hij leefde dan ook een geïsoleerd bestaan. Koningin Wilhelmina weigerde hem te ontvangen, omdat ze zijn komst naar Nederland zag als een laffe vlucht. Toen hij in 1941 overleed, werd hij op het landgoed begraven. Zijn erfgenamen verloren het monumentale landhuis toen Nederland het in 1945 als oorlogscompensatie opeiste.

Ander publiek

Door het wegvallen van tonnen subsidie leek het er vorig jaar op dat de poorten van Huis Doorn voortaan voor het publiek gesloten zouden blijven. Er was alleen nog maar geld voor beheer en onderhoud, niet voor openstelling. Sietsma weigerde dat pertinent. "We gaan niet iets afstoffen dat niemand krijgt te zien."

Met dit project is er bestaansrecht afgedwongen, mede door de hulp van zo'n 180 vrijwilligers. Sietsma hoopt dat het paviljoen 10.000 extra bezoekers per jaar zal trekken, ongeveer de helft meer dan tot nu toe.

"Nu komen op Huis Doorn vooral mensen af die houden van zilver, servies en porselein. Nu bieden we ook iets voor mensen die geïnteresseerd zijn in politiek en geschiedenis. Daarmee boren we een nieuw publiek aan."

STER Reclame