In de Armeense enclave Nagorno-Karabach zijn de afgelopen week zeker zestien militairen omgekomen bij gevechten tussen Armeniërs en Azerbeidzjanen. De spanning in het gebied is sterk opgelopen. De oorzaak is onduidelijk.

De enclave staat onder controle van lokale Armeense strijdgroepen, gesteund door militairen uit Armenië. Langs de bestandslijnen die gelden sinds midden jaren 90 zijn de laatste tijd geregeld gevechten. Armenië en Azerbeidzjan geven elkaar daarvan de schuld.

Om Nagorno-Karabach werd zo'n twintig jaar geleden zwaar gevochten. Er wonen etnische Armeniërs, maar het ligt middenin Azerbeidzjan. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vielen er 30.000 duizend doden in een strijd die zo'n zes jaar duurde. Sinds 1994 is er een vorm van lokaal Armeens zelfbestuur, dat wordt gesteund door de regering in Armenië.

Sotsji

Volgens de Armeense regering gaan de presidenten van Armenië en Azerbeidzjan allebei aan het eind van de week naar Sotsji, voor afzonderlijke gesprekken met president Poetin. Baku heeft dat nog niet bevestigd.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov zegt dat Poetin in de gesprekken wil werken aan onderling vertrouwen. Hij wil het risico op een nieuwe grote confrontatie verminderen.

Rusland, de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben hun bezorgdheid over de situatie uitgesproken. Ze roepen beide partijen op de bestandslijnen te respecteren. "Voor dit conflict bestaat geen militaire oplossing. Geweld en vergelding van geweld maken het alleen maar moeilijker om tot een vreedzame oplossing te komen", zo zei een Amerikaanse woordvoerder.

Olie en gas

Nagorno-Karabach ligt in het zuiden van de Kaukasus. De regio is rijk aan olie- en gasvoorraden. In Azerbeidjan zijn grote oliemaatschappijen actief, zoals BP, Exxon Mobil en Chevron.

STER reclame