Door redacteur René van der Heijden

Met klassieke advertenties is het moeilijk geworden om jongeren te bereiken, maar reclamemakers hebben een alternatief gevonden: adverteren op internet.

Adverteerders laten zich steeds meer online zien als ze jeugdige consumenten willen bereiken. De boodschap via krant, radio en tv komt niet meer bij hen aan, reclame op internet is booming. De media waarop deze doelgroep vooral te vinden is, zijn Twitter en Facebook.

Oskar Bolhuis van reclamebureau Brandfighters begon een jaar of vier jaar geleden met internetreclame. Aanvankelijk schreef hij wedstrijden uit voor de creatiefste video-commercials. Nu is Facebook zijn belangrijkste podium.

Spitsuur

Hij doet dat met 7000 mensen door heel het land, die originele berichten voor dit sociale medium bedenken. Ze krijgen alleen betaald als hun ideeën worden gebruikt.

Er wordt bij voorkeur ingehaakt op de actualiteit en dat is nu natuurlijk vooral het WK. Als Oranje speelt, is het bij Brandfighters dan ook spitsuur, de suggesties stromen binnen.

Gisteravond gebeurde dat ook voor, tijdens en na de wedstrijd tegen Costa Rica. Overal zitten bedenkers met de laptop op schoot. Klanten als Q-music, NS, HEMA en L'Oreal, worden voorzien van vaak grappige Facebook-berichten.

Huiskamer

Jorn Agterberg van Q-music heeft al voor de aftrap enkele berichten klaarstaan. Een paar minuten voor het eerste fluitsignaal zet hij er een online. Die wordt al gauw tientallen keren geliked en gedeeld.

De creatieve geesten kijken blijkbaar niet alleen naar de televisie, ook als de bal rolt sturen ze suggesties door.

Als het mobieltje van tv-commentator Frank Snoeks in de uitzending afgaat, is het raak. Op Twitter is het 'trending' en in een huiskamer in Zwolle wordt een grap bedacht: een plaatje van een mobieltje met een tekst die Snoeks op de uitknop wijst.

Veel goedkoper

Via Brandfighters komt dat bij Q-music terecht. Het plaatje valt bij Agterberg in de smaak en hij zet de afbeelding op Facebook. Het gaat meteen hard, tientallen likes per minuut.

Ook gevestigde reclamebureaus zijn inmiddels actief op de online-markt. Maar die zitten volgens Bolhuis "vast in hun manier van werken". Het zijn mensen die advertenties maken voor de krant van maandag, terwijl onlinereclame andere vaardigheden vergt.

"Onze manier van werken levert een gevarieerdere content op", denkt Bolhuis. "Daar komt bij dat het veel goedkoper is en je bereikt er minstens zo veel klanten mee."

Hit

Dat geldt in het bijzonder voor Facebook: "Daar zijn gebruikers gewend om veel met hun vrienden te delen. Ze kijken geregeld bij elkaar op de tijdlijn. Dat is goed voor de merken die we onder de aandacht willen brengen."

De post bij Q-music over het mobieltje van Snoeks blijkt een hit. Hij heeft meer dan 15.000 likes en is ruim 2000 keer gedeeld. Deze aandacht betekent volgens Bolhuis dat het bericht door ongeveer 1 miljoen mensen moet zijn bekeken. "Dat aantal zal niet zo veel onder doen voor een advertentie in De Telegraaf van maandag.

STER reclame