De rechtbank in Den Haag heeft bepaald dat de overheid ten onrechte een verblijfsvergunning heeft geweigerd aan twee kinderen uit Kazachstan en hun moeder. De rechter oordeelde dat de regels van het kinderpardon te strikt zijn geïnterpreteerd.

Alleen kinderen die vóór hun achttiende ruim vijf jaar onafgebroken onder rijkstoezicht hebben gestaan, komen volgens de afspraken van de coalitie samen met de rest van hun gezin in aanmerking voor het kinderpardon.

De Kazachse kinderen en hun moeder hadden tot vier jaar geleden contact met de rijksoverheid. De afgelopen vier jaar waren ze wel bekend bij de gemeente Rheden, waar ze woonden, maar meldden zich niet actief bij de rijksoverheid.

Uitgeprocedeerd

Het gezin was uitgeprocedeerd en moest Nederland verlaten. De Dienst Terugkeer en Vertrek voerde daarover in januari 2010 een laatste gesprek met de moeder. Het gezin heeft daarna niet meer bij de dienst aangeklopt.

Volgens staatssecretaris Teeven is daarmee het recht op een kinderpardon verspeeld.

Maar de rechter oordeelde dat alleen vreemdelingen die zich actief verborgen houden voor de immigratie- en uitzetdiensten, niet in aanmerking komen voor het kinderpardon. Tot nu toe is niet gebleken dat dit gezin dat heeft geprobeerd, aldus de rechter.

Verzet

Overigens betekent de rechterlijke uitspraak niet dat het gezin nu in Nederland mag blijven. Daarover moet staatssecretaris Teeven een nieuwe beslissing nemen.

In Nederland is veel verzet tegen de strikte regels van het kinderpardon. Door die strikte regels vallen tientallen kinderen buiten de boot. Meer dan de helft van de Nederlandse burgemeesters heeft een petitie ondertekend waarin Teeven wordt gevraagd de regels ruimer te interpreteren.

De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij 70 afwijzingen opnieuw gaat bekijken. In een reactie op de uitspraak van de rechtbank laat het ministerie weten de uitspraak te bestuderen.

STER reclame