In oktober ontvangt Afghanistanveteraan Gijs Tuinman de Militaire Willems-Orde. De hoogste militaire onderscheiding wordt zelden uitgereikt. Momenteel zijn er nog vijf dragers van de Willems-Orde in leven. Wie zijn dat?

Ken Mayhew, 18 januari 1917 (Honningham, Groot-Brittannië)

De Brit ontvangt de Militaire Willems-Orde op 24 april 1946. Hij krijgt de onderscheiding voor zijn moed tijdens de bevrijding van Weert, Venray en Overloon. Voor Mayhew is er kort na de oorlog geen officiële plechtigheid. Hij ontvangt een bericht dat hij de medaille op de Nederlandse ambassade in Londen kan ophalen. Omdat hij nog gewond is, krijgt hij de Willems-Orde uiteindelijk per post toegezonden. In november 2011 ontvangt Mayhew uit handen van kolonel buiten dienst Gerrit Slots de moderne Militaire Willems-Orde.

Edward Simons Fulmer, 16 april 1919 (New York, Verenigde Staten)

Op 17 oktober 1946 benoemt koningin Wilhelmina de Amerikaanse luitenant tot Ridder in de Militaire Willems-Orde. Hij is een van de piloten die tijdens Market Garden, de operatie die de geschiedenis ingaat als 'een brug te ver', met een zweefvliegtuig afdaalden. Op 18 september 1944 raakt de Douglas C47, waarvan hij de tweede piloot is, zwaar beschadigd door Duits afweergeschut.

De piloot raakt daarbij bewusteloos, waarna Fulmer het stuur overneemt. Ondanks ernstige brandwonden weet hij het vliegtuig aan de grond te brengen in een poging het leven van de piloot te redden. "Luitenant Fulmer heeft hierbij buitengewone heldhaftigheid getoond en daarbij zijn eigen veiligheid niet geteld", vermeldt het koninklijk besluit.

Albert Hoeben, 13 februari 1920 (Stramproy)

Commandant Hoeben, die in 1945 als oorlogsvrijwilliger in dienst treedt, wordt opgeleid in de Verenigde Staten. Op 29 augustus 1946 strijdt hij op Oost-Java, bij kampong Gondang. Zijn automatische-geweer-groep slaagt erin een door Indonesiërs verdedigde stelling te veroveren.

Op 28 mei 1947 wordt hij geridderd in de Militaire Willems-Orde vierde klasse: "Hoeben heeft daarbij op voorbeeldige en stoutmoedige wijze een door extremisten verdedigde opstelling met beleid aangevallen en overmeesterd. In het daarbij plaats gehad hebbende gevecht, waarbij hij herhaaldelijk in levensgevaar verkeerde, heeft hij persoonlijk zo grote moed en beleid getoond, dat hij met zijn manschappen de opstelling kon binnendringen en de daarin aanwezige, met een 12,7 millimeter mitrailleur, bewapende extremistenbende vernietigende en de wapens en munitie buitmaakte."

Cornelis van der Hoek, 7 juni 1921 (Leerdam)

Oud-verzetsstrijder Van der Hoek wordt in 1942 opgepakt en naar een werkkamp in Keulen gebracht. Tijdens zijn verlof in november 1942 duikt hij onder en vindt onderdak op een ark in de Biesbosch. Hij gaat het verzet in en sluit zich aan bij de 'Partizanen van de Biesbosch'. Hij is één van de 21 zogenoemde line-crossers en maakt 37 oversteken, waarbij hij mensen, berichten, goederen of medicijnen overbrengt.

Opnieuw wordt hij opgepakt, maar hij weet uit het werkkamp Waterloo in Amersfoort te ontsnappen en meldt zich in Drimmelen weer aan als line-crosser. Op 30 augustus 1948 ontvangt hij zijn Militaire Willems-Orde.

Marco Kroon, 15 juli 1970 ('s Hertogenbosch)

Kapitein Kroon krijgt de onderscheiding niet voor één bijzondere gebeurtenis, maar voor zijn optreden als mens, leider en militair tijdens de hele missie in Afghanistan in 2006.

Koningin Beatrix zei over Kroon dat hij een "deskundig, inventief en inspirerend optreden heeft laten zien tijdens zijn missies, zonder verlies aan eigen zijden." Ook heeft kapitein Kroon kundigheid en vakmanschap getoond, nam hij dikwijls verrassende initiatieven en schroomde hij niet grote persoonlijke risico's te nemen. Zijn eigen veiligheid maakte hij ondergeschikt aan die van anderen.

Hij is de jongste drager van de Militaire Willemsorde. Kroon, inmiddels compagniescommandant in Oirschot, kwam kort daarna in opspraak, toen hij onder meer werd verdacht van cocaïnebezit. Daarvan werd hij vrijgesproken.

STER reclame