De laatste Navajo-indiaan die in de Tweede Wereldoorlog meehielp een geheime code te ontwikkelen voor het Amerikaanse leger is overleden. Chester Nez, een van de 29 Navajo's die meewerkten aan de code, was 93 jaar.

De Amerikanen gebruikten de codetaal om boodschappen tussen verschillende eenheden via de radio over te brengen zonder dat het Japanse leger begreep wat er gezegd werd. De code kreeg wereldwijd grote bekendheid door de film Windtalkers, in 2002.

Mier en kolibrie

Chester Nez kwam in het leger in mei 1942. Hij en de 28 andere geselecteerde indianen maakten een code van 200 woorden uit hun eigen taal - woorden als rode aarde, vlecht, kraal, mier en kolibrie. Ze maakten ook een alfabet; hun taal was tot dan toe nooit opgeschreven. Navajo's die de code uit het hoofd kenden, gingen mee naar het front en brachten berichten in hun geheime taal over via de legerradio.

Nez was aanvankelijk bang dat de code snel ontcijferd zou worden, vertelde hij later in een interview. Maar die vrees bleek ongegrond. Zelfs indianen die Navajo spraken konden niets met de geheimtaal. "De Japanners hebben alles uit de kast gehaald om de code te breken, maar het is ze nooit gelukt."

Trots

Na de oorlog diende Nez nog in Korea. Daarna werd hij kunstschilder. Over zijn belangrijke rol als code talker kon hij zijn vrienden en familie niets vertellen tot in 1968, toen het leger besloot dat de speciale missie van de indianen niet langer geheim hoefde te blijven.

Hij toonde zich bij lezingen en televisie-optredens steeds bewust van het belang van zijn werk in de oorlog. "Het was een historische gebeurtenis dat we onze moedertaal gebruikten tijdens de oorlog", zei Nez in 2010. "We zijn er erg trots op."

STER reclame