Het Oranjehotel moet behouden blijven voor toekomstige generaties, vindt de Stichting Oranjehotel. De dodencel en elementen zoals de poort waardoor gevangenen werden weggevoerd, zouden moeten worden erkend als nationaal monument.

In de Tweede Wereldoorlog werden in de gevangenis in Scheveningen duizenden mensen vastgezet, van wie er veel werden geëxecuteerd. Veel gevangenen waren verzetsstrijders. Zij gaven de gevangenis de bijnaam Oranjehotel.

"De dodencel is al een rijksmonument. Sinds oktober is het monument eens per maand toegankelijk", zegt stichtingsvoorzitter Dineke Mulock Houwer. "Maar er is zo veel belangstelling dat we vaker open willen."

3 miljoen extra

Openstelling is lastig omdat de dodencel binnen het terrein van de penitentiaire inrichting Haaglanden ligt.

De regering wil ook dat het bewaard blijft, maar er is onvoldoende geld beschikbaar om er een nationaal monument van te maken zoals de kampen Vught en Amersfoort. Om dat te bewerkstelligen moet het blok met de dodencel worden afgescheiden van de gevangenis.

Ook zou er een informatiecentrum moeten komen. Daarvoor is nog zo'n 3 miljoen euro nodig bovenop het bedrag dat de overheid er in wil steken.

Stichting Oranjehotel probeert dat geld door fondsenwerving bij elkaar te krijgen, maar dat is in deze tijd zeker niet eenvoudig, zegt Mulock Houwer.

Vonnis

Zo'n 26.000 mensen, zowel mannen als vrouwen, wachtten in de voormalige strafgevangenis hun vonnis van Duitse rechters af.

Voor de meeste gevangenen was het verblijf niet langdurig. Ze werden getransporteerd naar werkkampen in Duitsland en ter dood veroordeelden wachtte executie op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte.

"Geen gajes"

Een bekende leus onder verzetsstrijders was in die tijd: "In deze bajes zit geen gajes. Maar Hollands glorie, potverdorie."

Na de oorlog werd de gevangenis verbouwd om te voldoen aan de eisen van de tijd, maar de beruchte 'Doodencel 601', bleef als enige van het legendarische Oranjehotel in originele staat behouden.

STER reclame