Het vertrouwen van Nederlanders in de kerk is in de laatste twintig jaar nog niet zo laag geweest. Vooral onder rooms-katholieken slonk het vertrouwen in de kerk tussen 2008 en 2010 sterk. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport Geloven binnen en buiten verband.

Steeds minder mensen sluiten zich aan bij een kerk. In 1958 rekende nog ruim driekwart van de bevolking zich tot een kerkgenootschap, in 1980 gold dit voor de helft en in 2012 voor nog maar 30 procent van de Nederlanders. Ook hier was de teruggang het grootst onder rooms-katholieken.

Nutsbedrijf

De frequentie van het kerkbezoek loopt steeds verder terug. 17 procent van de bevolking ging halverwege de jaren tachtig elke week naar de kerk. Nu is dat nog 10 procent. Het percentage Nederlanders dat nooit naar de kerk gaat steeg van 54 naar 59 procent.

De kerk is volgens de onderzoekers voor steeds meer mensen een soort openbaar nutsbedrijf geworden. Er wordt alleen gebruik van gemaakt als dat nodig is, zoals bijvoorbeeld bij huwelijken en begrafenissen.

Gewetensproblemen

Jongeren gaan steeds minder vaak naar de kerk. Opvallend is dat de jongeren die dat wel doen, juist vaker gaan en ook strenger zijn in het volgen van de kerkelijke voorschriften dan jongeren in de vorige eeuw. In de andere leeftijdsgroepen wordt juist steeds losser omgegaan met de voorschriften. Zo vond in de jaren 60 nog 51 procent van de kerkgangers dat je je aan alle regels van de kerk moest houden. In 2006 was dat gedaald naar 34 procent.

De rol van de pastoor of dominee is veranderd. Een halve eeuw geleden was voor ruim een derde van de Nederlanders de pastoor of dominee het belangrijkste aanspreekpunt bij gewetensproblemen. Nu geldt dat nog voor 10 procent.

STER reclame