Jan Cremer: ik ben vrij fantasieloos

Aangepast op

Door verslaggever Jeroen Wielaert

Jan Cremer mijdt het Boekenbal. Tenzij hij vanavond toch ineens opduikt op een ouderwetse motor. Het zou een nieuwe stunt zijn, een halve eeuw na de publicatie van zijn legendarische debuutroman: Ik Jan Cremer. Er zijn in vijftig jaar wereldwijd twaalf miljoen exemplaren verkocht van het boek, dat bij de verschijning in Nederland voor enorme opschudding zorgde.

De Bezige Bij kondigde aan dat ze andermaal iets wilde doen op het Boekenbal, maar andere uitgeverijen maakten daar bezwaar tegen.

Schunnig

Cremer veroorzaakte in 1964 al ophef op het toenmalige Boekenbal. Hij liet vrienden als Hans Sleutelaar, Armando, Hans Verhagen en een stel aantrekkelijke meiden de eerste, verse drukken rondwerpen van het boek dat Nederland op stelten zou zetten.

Het was het relaas van een losgeslagen jongeling uit een gebroken relatie die zijn eigen sterstatus schiep in een lang, moeizaam, avontuurlijk traject vol rauwe armoede, stoerheid, kunst en seks. Het werd beoordeeld als schunnig en zeker niet als literair, maar het verkocht wereldwijd heel goed.

Jan Cremer (74) kent de discussie, al vijftig jaar lang. Hij zegt: "Literatuur? Het is een halve eeuw oude vraag. Ik hoorde het deze week weer op televisie bij Pauw en Witteman. Het is een oerdomme vraag. Ik heb gewoon een goed boek geschreven dat ik zelf wilde lezen. Zo is het ook met mijn schilderijen die ik graag wil zien."

Niet bewust

Nog altijd draait het om het 'ik' van Jan Cremer. "Ja, ik ben vrij fantasieloos, dus ik kan alleen over mijn eigen ervaringen schrijven. Het is de taak van een schilder en schrijver om de boel mooi in de verf te zetten en dat doe ik."

Hij wijst de observatie af dat hij een pionier is geweest in de seksuele revolutie van de jaren 60 en aanvoerder in de toenmalige strijd tegen de gevestigde orde. "Mijn seksuele revolutie begon al toen ik 16 was. Ik heb het niet bewust gedaan. Ik heb gewoon geschreven wat ik wilde schrijven. Blijkbaar is daar zo veel waarde aan gehecht dat ze me als voorloper zien, maar dat is niet mijn bedoeling geweest. Het is mooi meegenomen natuurlijk, al wordt mijn werk nu pas langzamerhand erkend. Het gaat maar mondjesmaat dat schrijvers mij erkennen."

Verfilming

Na een halve eeuw is er nog iets wat ontbreekt: de verfilming van Ik Jan Cremer. Met zijn handen maakt hij een gebaar over de omvang van de besprekingen erover, de scripts die zijn geprobeerd: ongeveer een halve meter.

In de loop der decennia heeft hij erover gesproken met regisseurs als Paul Verhoeven, Bo Widerberg, Francis Ford Coppola, Stanley Kubrick en Oliver Stone, recentelijk nog. Het is er nooit van gekomen. Cremer: "Het probleem is de veelheid. Het zijn zes verhalen in één boek. En je kunt de titel Ik Jan Cremer maar één keer verkopen."