Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. In de loop van het jaar zijn er de nodige herdenkingen, waaraan de NOS ook aandacht zal besteden. Eén van de ergst getroffen steden van de Eerste Wereldoorlog was het Belgische Ieper. Verslaggever Roel Pauw bracht een bezoek.

Vredig sjokken koeien in de weilanden in de Vlaamse Westhoek. Verstilde dorpjes liggen tussen de heuvels. Het landschap ademt niets dan rust. Het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper leert het je in een half uur: honderd jaar geleden was dit de hel op aarde. Foto's en filmbeelden uit die jaren laten een maanlandschap zien, kaal, geschroeid en vol kraters.

"Mensen konden, toen ze hier na jaren terugkwamen, hun eigen boerderij niet eens meer terugvinden. De oorlog had geen steen op de andere gelaten", zegt Marnix de Jaegher. Hij is geboren en getogen op een plek waar in de Eerste Wereldoorlog de frontlinie liep. Hij is boer en elke keer als hij zijn akkers omploegt, komen de bewijzen van een gruwelijke strijd aan de oppervlakte: handgranaten en gasbommen, verpakt in een dikke korst van roest.

Zichtbaar

Wat dit wapentuig in de periode 1914-1918 heeft aangericht, is overal zichtbaar in het landschap. Hagelwitte monumenten en grafstenen die afsteken tegen het weelderige groen. Alleen al binnen de gemeentegrenzen van Ieper liggen zo'n vijftig grotere en kleinere grafvelden.

Pieter Trogh van het IFFM legt uit dat het belangrijk is deze herinneringen aan de oorlog te koesteren. Ooggetuigen zijn er niet meer, de Vlaamse grond moet het verhaal nu vertellen. "Dat zijn de begraafplaatsen, maar ook de sporen in het landschap, zoals bunkers en loopgraven."

Werelderfgoed

Er ligt een aanvraag bij de Unesco om het oorlogsfront tot werelderfgoed te bestemmen. "Dat zou een sterke boodschap afgeven dat we nooit zullen vergeten wat er bijna 100 jaar geleden is gebeurd", zei de Vlaamse premier Kris Peeters in november vorig jaar.

"Lest we forget", fluistert een vrijwilliger van de Last Post Association. "Opdat wij niet vergeten." Daarna klinkt onder het gewelf van de Menenpoort in Ieper een saluut van vijf trompetten. Dit gebeurt elke avond om klokslag 20.00 uur. En dat sinds 1928. Alleen in de jaren dat België opnieuw was bezet door de Duitsers werd de Last Post niet geblazen.

Duizenden namen

Het is een eerbetoon aan de geallieerde militairen die in de oorlog hun leven hebben gegeven. In de muren van de Menenpoort staan de namen gebeiteld van Britse militairen die in de Vlaamse velden zijn gesneuveld en nooit zijn teruggevonden. Het zijn er duizenden.

Leden van de vrijwillige brandweer zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van dit ritueel. Antoon Verschoot blaast al 59 jaar mee. Een van de bijzonderste dingen die hij ooit heeft meegemaakt is dat een soldaat wiens naam op een van de muren stond zich in levenden lijve kwam melden. Een druppeltje troost in een oceaan van lijden.

Brieven

Net zo belangrijk als de Vlaamse heuvels met hun beladen geschiedenis zijn de verhalen die worden verteld door papier, foto's, kleding en andere objecten. "Aan de hand van persoonlijke getuigenissen wil het IFFM de oorlog dicht bij het publiek brengen", zegt Pieter Trogh.

Een van die verhalen is vastgelegd in de correspondentie tussen een Belgische frontsoldaat en een jonge vrouw uit Amsterdam. Zij was een van de oorlogsmeters, vrouwen die de mannen aan het front met hun brieven een hart onder de riem probeerden te steken.

Jean Maurissens, een Vlaamse slagerszoon die in het Belgische leger dient als verpleger, schrijft aan zijn 'oorlogszusje' Lien Popta over zijn ervaringen in een veldhospitaal. Eerst in het Franse Fécamp, maar als de oorlog vordert vanuit het front. Het verhaal heeft een treurig einde: in een hartverscheurend briefje vertelt vader Maurissens dat Jean is gesneuveld tijdens het slotoffensief, terwijl hij bezig was met het verzorgen van een van zijn maten.

Oproep

Het NOS Radio 1-programma Met het Oog op Morgen is op zoek naar Nederlandse verhalen over de Grote Oorlog. Deel ze op de Facebookpagina van Het Oog.

STER reclame