Politie getuigt in zaak-Demmink

Aangepast

Twee rechercheurs, twee voormalige gevangenisdirecteuren en een medewerkster van het ministerie van Justitie moeten onder ede worden gehoord over het mogelijke kindermisbruik door voormalige topambtenaar Joris Demmink. Dat heeft de rechter-commissaris in Utrecht besloten, op verzoek van de stichting De Roestige Spijker. Ook een voormalige jongensprostitué moet getuigen.

De stichting De Roestige Spijker wil met het horen van getuigen over het mogelijke misbruik door Demmink sterker staan in een eventuele procedure tegen de voormalige topambtenaar. De stichting wil een Amerikaanse documentaire over Demmink verspreiden, maar die heeft al juridische procedures aangekondigd als de stichting dit doet.

Onder de getuigen die onder ede worden gehoord bij de rechtbank is een man die in de jaren 80 als minderjarige prostitué werkte in een bordeel in Amsterdam. Hij beweert dat Demmink een klant van hem was.

Rolodex-onderzoek

Daarnaast worden twee rechercheurs opgeroepen die eind jaren 90 betrokken waren bij het zogenoemde Rolodex-onderzoek. Het Rolodex-onderzoek was een uiterst geheim onderzoek naar de betrokkenheid van hoge justitiemedewerkers bij seksueel misbruik van minderjarigen.

Uit een Amsterdams onderzoek naar prostitutie door minderjarige jongens waren aanwijzingen gekomen dat er onder de klanten hooggeplaatste justitiemedewerkers waren, onder wie een hoofdofficier van justitie. Het Rolodex-onderzoek liep echter op niets uit omdat van de een op andere dag de contacten tussen de jongensprostitués en de klanten waren verbroken. Volgens betrokkenen bij het onderzoek was er gelekt.

De twee voormalige gevangenisdirecteuren worden gehoord over een dienstreis in 1992 naar Londen. Tijdens deze reis zou een medewerkster van het ministerie van Justitie hen hebben verteld dat ze ''soms jongens voor Demmink'' moest regelen. Ook de medewerkster moet getuigen.

Dienstreis

Gisteren was er in de kwestie-Demmink ook al een zitting achter gesloten deuren bij het gerechtshof in Arnhem. Avocaat Adèle van der Plas heeft namens twee Turkse mannen een zogenaamde artikel 12-procedure aangespannen om te bereiken dat het Openbaar Ministerie Demmink alsnog gaat vervolgen.

De Turkse mannen beschuldigen Demmink ervan dat hij ze tijdens een dienstreis in de jaren 90 in Turkije heeft verkracht. De mannen waren toen twaalf en veertien jaar oud. Demmink ontkent, hij stelt dat hij sinds 1986 niet meer in Turkije is geweest.

Geruchten

Het Openbaar Ministerie had eerder besloten af te zien van een strafrechtelijk onderzoek naar Joris Demmink, die tot vorig jaar secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie was. Over hem gaan al jaren geruchten over seksueel misbruik van minderjarige jongens.

Van der Plas is ook de advocaat van de tot levenslang veroordeelde Koerd Hüseyin Baybasin. Die voert al jarenlang een strijd om aan te tonen dat Demmink achter zijn vervolging en veroordeling zit. De Turkse autoriteiten zouden Demmink hebben gechanteerd met zijn seks met minderjarigen.

Bewijs?

Cruciaal in de procedure bij het Arnhemse hof is een document van de Turkse justitie. Daaruit zou volgens Van der Plas blijken dat Demmink op 20 juli 1996 wel degelijk in Turkije is geweest.

Volgens het Openbaar Ministerie klopt dat niet. Uit een rechtshulpverzoek aan de Turkse autoriteiten is gebleken dat er geen bewijs is dat Demmink in de jaren 90 in Turkije is geweest. De datum in het Turkse document is afkomstig van de aangifte van Baybasin en niet afkomstig van de Turkse autoriteiten, stelt het OM. Volgens het OM moet de klacht dan ook worden afgewezen. In januari doet het hof uitspraak.

STER Reclame