Tien vragen aan OM over Tuitjenhorn

Aangepast

De zaak van de huisarts uit Tuitjenhorn die zelfmoord pleegde heeft veel onrust veroorzaakt. De NOS stelde het Openbaar Ministerie tien vragen over de zaak.

1. Klopt het dat na de huiszoeking in het woonhuis van Tromp - met vijf man volgens zijn weduwe - bij de praktijk tien extra rechercheurs klaarstonden voor de huiszoeking daar?

Bij de doorzoeking in de praktijk is inderdaad gebruikgemaakt van meerdere politiemensen, naast de personen die daarvoor bij de doorzoeking in de woning aanwezig waren.

2. Waarom zo veel politiemensen?

Dit hield verband met het feit dat bij de praktijk sprake was van meerdere ruimten om te doorzoeken. Dit was op voorhand bekend. Door met een groter aantal mensen een doorzoeking te verrichten kan elke ruimte gelijktijdig worden bekeken en verloopt een doorzoeking sneller. Dat was ook in dit geval de reden voor de aanwezigheid van meerdere mensen tijdens de doorzoeking in de praktijk.

3. Wat voor heliumtankje is er aangetroffen bij de huisarts? Zo'n spuitbus om ballonnen te vullen of een ander type?

Deze vraag zal niet worden beantwoord, aangezien het de inhoud van het onderzoek betreft.

4. Klopt het dat bij de huiszoeking in de praktijk 410 mg morfine is aangetroffen en 90 mg dormicum, zoals de weduwe zegt? Sinds wanneer lagen die hoeveelheden er?

Deze vraag zal niet worden beantwoord, aangezien het de inhoud van het onderzoek betreft.

5. Klopt het dat de psychiater van Tromp en hijzelf eigenlijk vonden dat het verhoren van Tromp ongepast was, maar dat zij onder druk van het OM hebben ingestemd?

De vraag wat de psychiater en dhr. Tromp op dit punt hebben gevonden en of zij onder druk hebben ingestemd is niet aan het OM om te beantwoorden. Wat hierover gezegd kan worden is dat het OM vanaf 5 september voortdurend contact heeft onderhouden met de raadsvrouwe van dhr. Tromp, onder andere over de mogelijkheid van een verhoor van dhr. Tromp en het moment waarop dat zou kunnen plaatsvinden. De raadsvrouwe heeft dienaangaande contact onderhouden met de behandelend psychiater van dhr. Tromp. Op basis van de van de raadsvrouwe op dit punt verkregen informatie is vervolgens in overleg met haar, en met instemming van de psychiater, het tijdstip van verhoor bepaald.

6. De weduwe zegt dat haar man niet de intentie had de dood van de patiënt te bespoedigen met de hoge doseringen morfine en dormicum die hij ingespoten heeft. Wat vindt het OM van die opmerking?

Deze vraag zal niet worden beantwoord, aangezien het de inhoud van het onderzoek betreft.

7. Is de verklaring van de co-assistent van het AMC voldoende getoetst door het OM vóór werd besloten om huiszoekingen te gaan doen in huis, garage en praktijk van Tromp?

Ja.

8. Hoe is haar verklaring getoetst?

Op 26 augustus rond 11.00 uur is de melding van IGZ bij het Openbaar Ministerie Haarlem binnengekomen. Deze melding gaf aanleiding tot het onmiddellijk instellen van een strafrechtelijk onderzoek wegens het vermoeden van een strafbaar feit. Dit strafrechtelijk onderzoek bestond allereerst uit het horen van een aantal betrokkenen (waaronder de co-assistent), teneinde de melding zelf te kunnen toetsen en beoordelen alvorens verdere stappen zouden worden gezet.

Deze verhoren hebben vervolgens voor het Openbaar Ministerie aanleiding gegeven om dezelfde dag een doorzoeking bij de huisarts te laten plaatsvinden. Een dergelijke doorzoeking vindt plaats met machtiging van en onder leiding van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris beoordeelt alle onderzoekgegevens die bij de vordering van het OM worden overgelegd en besluit op basis daarvan of tot een doorzoeking zal worden overgegaan of niet. Bij de doorzoeking waren, naast de rechter-commissaris, een officier van justitie en twee politiemensen aanwezig. Het doel van een doorzoeking is waarheidsvinding en inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zo ook in dit geval.

9. Ziet het OM aanleiding om nog eens zorgvuldig te kijken naar de verklaring van de co-assistent?

Het onderzoek van het OM is afgerond door het overlijden van dhr. Tromp.

10. Hoe kijkt het OM aan tegen de eigen rol in deze zaak? Was het mogelijk geweest omzichtiger te opereren tegen de achtergrond van de psychische toestand van huisarts Tromp?

Zoals hiervoor aangegeven heeft het OM vanaf 5 september (de dag dat dhr. Tromp zich heeft laten opnemen) voortdurend contact onderhouden met de raadsvrouwe van dhr. Tromp en in overleg met haar, en via de raadsvrouwe verkregen instemming van de behandelend psychiater, de verhoren laten plaatsvinden. Bij al deze verhoren is de raadsvrouwe aanwezig geweest.

STER Reclame