Anders dan gedacht bereiken overlevenden van de Holocaust een iets hogere leeftijd dan hun generatiegenoten. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Leidse hoogleraren Van IJzendoorn en Bakermans-Kranenburg hebben gedaan met twee Israëlische wetenschappers.

Zij vergeleken de gegevens van jonge immigranten die al vóór de Tweede Wereldoorlog van Polen naar Israël waren geëmigreerd met de groep die dat ná 1945 deed. In totaal ging het om 55.000 mensen, van wie de helft inmiddels is overleden.

Stress en honger

Het vermoeden was dat overlevenden van de Holocaust minder oud worden. Joden die tijdens de oorlog aan de dood hadden weten te ontsnappen, hadden geleden onder voortdurende stress, honger en gebrek aan medische zorg.

Uit studies in onder meer Roemeense weeshuizen was gebleken dat stress tijdens de jeugd leidt tot meer ziekte op lagere leeftijd en tot een lagere levensverwachting.

Tot hun verbazing kwamen Van IJzendoorn en zijn collega's hier tot de tegenovergestelde conclusie. De overlevenden van de genocide leven gemiddeld juist ruim zes maanden langer.

De allersterksten overleven

Het verschil is het grootst bij de mannen die in 1939, het eerste jaar van de oorlog, 16 tot 20 jaar waren. Deze groep werd gemiddeld 1,5 jaar ouder. Bij vrouwen was er geen verschil te zien.

De wetenschappers hebben twee mogelijke verklaringen voor de onverwacht langere levensduur van de mensen die de Holocaust doorstonden. In de eerste plaats lukte het alleen de allersterksten om de oorlog te overleven.

Daarnaast kan ook zogenoemde posttraumatische groei een rol spelen. Daarvan wordt gesproken als mensen na een trauma zo blij zijn met het feit dat ze bestaan, dat hun gezondheid erdoor verbetert.

STER reclame