Groninger Museum wil Helmantel

Aangepast

Door verslaggever Pauline Broekema in Groningen

Hij exposeert van Amerika tot Japan. Zijn huis trekt busladingen bewonderaars; een eigenhandig herbouwde middeleeuwse pastorie in Westeremden op het Groninger Hogeland, waar hij ook zijn atelier en tentoonstellingsruimte heeft. Hij is een Groninger in hart en nieren.

Maar het eigen Groninger Museum wilde nooit werk van Henk Helmantel hebben. Geen stilleven. Of monumentaal kerkinterieur. De vorige twee directeuren vonden dat het werk van de bekendste vertegenwoordiger van de hedendaagse noordelijke figuratieven er niet thuishoort. Tot stil verdriet van Helmantel en ergernis van zijn grote schare fans.

Henk Helmantel exposeert voor het eerst in 43 jaar weer in de stad Groningen. In het koor van de Martinikerk hangen dertig kerkinterieurs en stillevens. Bij de opening van de tentoonstelling liet Andreas Blühm, de nieuwe directeur van het Groninger Museum, doorschemeren dat de tijden zijn veranderd.

Taboe

De organisatie had voorgesteld Blühm te vragen om de expositie te openen. Helmantel, ondanks zijn faam nog altijd geraakt door de miskenning, aarzelde. En de pas aangetreden directeur eveneens. Want, zoals een inleider het verwoordde, er rustte een taboe op één van de grootste schilders van Nederland. En er "was iets dat rechtgezet moest worden".

Want de weigering zorgde voor een discussie die al jaren loopt. Met als centrale vraag: mag een kunstenaar die door een breed publiek zo wordt gewaardeerd en behoort tot de best verkopende van Nederland, door het toonaangevende museum in eigen provincie worden genegeerd?

De kennismaking tussen beide was aarzelend. De museumdirecteur ging langs in het atelier. Ze spraken elkaar. En nog een keer. Maar onlangs, een toevallige ontmoeting bij de viskraam op de markt, bij een bakje kibbeling, bleek het ijs definitief gebroken.

Indrukwekkend

Gisteravond opende Blühm de tentoonstelling voor een afgeladen kerk. In zijn openingswoord is er niets dan waardering. Wat maakt iets tot goede kunst, vraag hij zich af. Als het in staat is de ruimte waar het wordt getoond te veranderen. "En dat lukt Helmantel zeer indrukwekkend en overtuigend."

Zoals het hem volgens Blühm ook lukt met zijn werk de waarneming van de kijker te veranderen. "Kijken door de ogen van Helmantel. Ik hoop dat niet alleen de fans zich voor zijn werk openstellen."

Geen Groninger Museum

Maar daarmee bleef de vraag open of het Groninger Museum een Helmantel wil. Blühm is na afloop desgevraagd opvallend direct. "Ik vind dat het Groninger Museum een Helmantel moet hebben. Wij zijn geen Groninger Museum zonder een Helmantel."

Hoe en wanneer die aankoop wordt gedaan, daarover wil hij zich nog niet uitlaten. Van een overzichtstentoonstelling zal het in het gebouw bij het station voorlopig ook niet komen, nu hij zo breed exposeert in de Martinikerk. Maar Helmantel bij het museum betrekken wil hij sowieso.

Blühm zou willen testen hoe het werk van de hedendaagse figuratief zich verhoudt tot oude meesters. Het publiek zou dan nog versteld staan, meent hij. Volgens hem is in het werk van Helmantel de invloed van moderne kunst heel aanwezig. "Zonder abstracte kunst was Helmantel niet deze schilder."

Gevleid

Helmantel straalt als we hem vertellen wat de museumdirecteur zojuist meldde. Geen Groninger Museum zonder Helmantel. "Ze hebben bij mijn weten nooit iets gekocht van Groninger figuratieve schilders. Natuurlijk ben ik er door gevleid."

De tentoonstelling in de Martinikerk is vanaf vandaag open voor publiek en tot 30 augustus te zien.

STER Reclame