Kamer: opheldering over afluisteren

Aangepast op

Partijen in de Tweede Kamer willen opheldering over berichten dat de Nederlandse geheime diensten ook informatie krijgen uit het Amerikaanse spionageprogramma PRISM. Met dit programma monitoren Amerikaanse inlichtingendiensten internetters over de hele wereld.

Volgens de Telegraaf krijgen ook Nederlandse diensten informatie via het systeem. Bronnen binnen de AIVD melden dat als er informatie wordt opgevraagd bij de Amerikaanse inlichtingendiensten, er nooit naar de herkomst van die kennis wordt gevraagd.

Minister Plasterk eiste vorige week opheldering na berichten over de Amerikaanse spionage. SP-Kamerlid van Raak: "Dat er gegevens vanuit Nederland aan de VS worden verstrekt gaat al te ver, maar als de Nederlandse geheime dienst ook gebruik maakt van het systeem, is dat onaanvaardbaar".

Debat

Van Raak zegt al "veel langer te denken dat dit speelt". Ook vermoedt hij dat de Nederlandse regering er weet van heeft. Hij wil zo snel mogelijk een debat.

Ook PvdA, GroenLinks, D66 en VVD willen opheldering. Wat de VVD betreft komt er niet meteen een debat maar eerst een brief. Een VVD-woordvoerder wijst erop dat de beoordeling "ingewikkeld is". "Er is altijd een spanningsveld tussen wat in het belang van de veiligheid gebeurt en wat de privacy schendt".

Geheime mannetjes

D66 ziet dat spanningsveld ook maar vindt dat de afweging altijd door de wetgever en het Nederlandse parlement moet worden gemaakt, en niet door "anonieme geheime mannetjes van afluisterdiensten". Gerard Schouw: "De onderste steen moet boven komen. De kans dat dat via een brief van de minister lukt is niet groot. Daarom pleit D66 voor een hoorzitting met vertegenwoordigers van Europese privacywaakhonden en de Amerikaanse regering".

"Het gaat om digitale huiszoeking. Daar gelden gewoon Nederlandse wetten voor. Het doel kan niet de middelen heiligen", aldus Schouw.