Vertrouwen in koning gestegen

Aangepast

Het vertrouwen in Willem-Alexander als koning is in een jaar tijd flink gestegen. Vorig jaar had 59 procent van de Nederlanders vertrouwen in hem, nu ligt dat percentage op 69 procent, blijkt uit de Troonswisselingsenquête van onderzoeksbureau Ipsos die in opdracht van de NOS is uitgevoerd.

Lees hier de uitkomsten van de Ipsos-enquête (pdf)

Die stijging is met name te danken aan het televisie-interview met het koningspaar dat onlangs is uitgezonden. Bijna de helft van de Nederlanders (48 procent) is positiever over Willem-Alexander gaan denken na dat vraaggesprek.

Het imago van de kroonprins is bovendien uitgesprokener dan een jaar geleden. Hij wordt nu menselijker gevonden (van 50 naar 65 procent), betrokkener (van 56 naar 63 procent) en minder formeel (van 41 naar 23 procent).

In populariteit moet de aanstaande koning nog wel zijn moeder en zijn echtgenote voor zich dulden. Nederland geeft Willem-Alexander een 7,2. Beatrix en Máxima krijgen beiden een 7,8.

Moderniseren

De monarchie blijft nog steeds populair: 78 procent is voorstander. Dat is het hoogste percentage sinds 2008, toen 80 procent achter de monarchie stond. Vorig jaar lag de populariteit van de monarchie op 74 procent.

De helft van de Nederlanders is ook tevreden over de monarchie in zijn huidige vorm. Een kwart geeft de voorkeur aan een ceremonieel koningschap. 10 procent is voor een republiek. Het merendeel (78 procent) is tevreden over hoe koningin Beatrix de afgelopen 33 jaar het koningschap heeft uitgevoerd.

Tweederde van de Nederlanders vindt wel dat Willem-Alexander het koningschap op een aantal punten moet moderniseren. Bovenaan staan de kosten van het Koningshuis: 44 procent vindt het noodzakelijk dat de uitkering van de Oranjes wordt aangepast. Daarna volgt een aanpassing van de privileges (41 procent) en de rol in de kabinetsformatie (31 procent).

Er is een verschuiving zichtbaar als het gaat om de vraag of het wenselijk is dat het staatshoofd zijn of haar mening uitspreekt in het openbaar. In voorgaande jaren vond tweederde van de bevolking het nog wenselijk dat Beatrix haar eigen mening naar voren bracht. Nu vindt de helft het wenselijk als Willem-Alexander dat zou doen.

Amalia

Nederland krijgt met Willem-Alexander voor het eerst in 123 jaar weer een koning. Voor driekwart maakt het geen verschil of er een man of een vrouw op de troon zit. De 14 procent voor wie dit wel uitmaakt, noemt als belangrijkste reden dat mannen anders tegen zaken aankijken en minder meelevend zijn dan vrouwen.

Bijna driekwart van de Nederlanders verwacht dat prinses Amalia haar vader in de toekomst opvolgt en daarmee de monarchie voortzet. Eén op de tien denkt dat Willem-Alexander weleens de laatste koning op de Nederlandse troon zou kunnen zijn.

Ruim de helft van de Nederlanders (53 procent) vindt de kosten (5 miljoen euro) die het Rijk maakt voor de troonswisseling te hoog. Tweederde vindt dat er aan de festiviteiten in Amsterdam te veel wordt uitgeven (5,2 miljoen euro).

De meningen over de veiligheid in Amsterdam op de dag van de inhuldiging zijn verdeeld. 46 procent maakt zich geen zorgen, 43 procent een beetje. 6 procent maakt zich veel zorgen.

Opmerkelijk verschil

Dat Willem-Alexander de viering van Koningsdag vanaf volgend jaar heeft verplaatst van 30 naar 27 april, maakt de meeste mensen (56 procent) niet uit. Een kwart vindt het zelfs een goede beslissing, omdat de viering dan op zijn verjaardag is. 17 procent vindt het spijtig dat wordt gebroken met een traditie.

Zes op de tien Nederlanders (62 procent) vindt het een goed besluit dat Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima, zich afzijdig houdt bij de inhuldiging. 28 procent vindt dat hij wel bij de plechtigheden had mogen zijn. Dat is een opmerkelijk verschil met een jaar geleden: toen vond 57 procent van de Nederlanders het nog acceptabel dat Zorreguieta aanwezig zou zijn bij de troonswisseling.

STER Reclame