De slachtoffers van Dutroux

Aangepast

Julie (8), Mélissa (8), An (17), Eefje (19), Sabine (12) en Laetitia (14). Zes meisjes die ten prooi vallen aan de praktijken van de Belg Marc Dutroux. Ze worden opgesloten in een kleine kooi, waar ze regelmatig worden verkracht en geestelijk mishandeld. Vier van hen overleven het niet.

Dutroux wordt in augustus 1996 gearresteerd, samen met zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre. Zes dagen eerder zijn Laetitia Delhez en Sabine Dardenne uit de kelder van Dutroux' woning in Marcinelle gered.

Sabine brengt drie maanden in de kelder door, Laetitia ruim een week. Al snel blijkt dat Dutroux ook verantwoordelijk is voor de ontvoering van Julie Lejeune, Mélissa Russo, An Marchal en Eefje Lambrecks én de verdwijning van een bendelid, Bernard Weinstein. Alle vijf zijn dood teruggevonden.

Huiszoekingen

Julie en Mélissa zijn 8 jaar oud als ze in juni 1995 worden ontvoerd en gevangengezet in een geheime kooi in de kelder van Dutroux' huis. Daar worden ze gedrogeerd en herhaaldelijk verkracht. Veertien maanden na hun verdwijning worden de lichamen van Julie en Mélissa opgegraven in de tuin van Dutroux' huis in Sars-la-Buissière. Dat gebeurt op aanwijzing van Dutroux zelf. In hetzelfde graf ligt het lichaam van Weinstein.

Zeer wrang is dat Dutroux na de verdwijning van Julie en Mélissa wordt geobserveerd, maar dat de meisjes niet worden gevonden. Dutroux komt bij de politie in beeld omdat hij een veroordeling heeft staan voor ontvoering en verkrachting.

Er worden huiszoekingen in zijn woningen gedaan. Later blijkt dat er tijdens één van die huiszoekingen kinderstemmen zijn gehoord, maar er wordt op dat moment geconcludeerd dat de stemmen afkomstig zijn van kinderen op straat.

De twee tienermeisjes An en Eefje verdwijnen eind augustus 1995 na een hypnoseshow van magiër Rasti Rostelli, die enige tijd als verdachte wordt aangewezen. Later blijkt dat de meisjes zijn meegelokt door Dutroux en Lelièvre. Waar en hoe dat is gebeurd, is nog altijd een raadsel. De lichamen van An en Eefje worden in september 1996 gevonden onder een loods in Jumet bij Charleroi, naast een huis van Dutroux.

Tot een veroordeling van Dutroux komt het pas in 2004. Hij krijgt levenslang voor ontvoering, gijzeling, verkrachting, moord en illegale handel. Martin, inmiddels gescheiden van Dutroux, wordt veroordeeld tot 30 jaar en Lelièvre tot 25 jaar voor betrokkenheid bij de zaak.

Penitentiair verlof

Lelièvre vraagt in oktober 2005 vervroegde vrijlating aan. Zijn verzoek wordt afgewezen omdat hij nog geen schadevergoeding heeft betaald aan zijn slachtoffers. Martin wordt in augustus 2012 onder voorwaarden vervroegd vrijgelaten. Ze neemt haar intrek in een klooster.

In januari dient Dutroux een verzoek in voor penitentiair verlof, maar dat wordt afgewezen. Volgens het gevangeniswezen is de kans te groot dat de kindermoordenaar opnieuw in de fout gaat. De kans dat hij nu vervroegde vrijlating onder elektronisch toezicht krijgt, lijkt nihil.

STER Reclame