Bestrijding corruptie onvoldoende

Aangepast op

Nederland pakt omkoping en corruptie door Nederlandse bedrijven in het buitenland niet hard genoeg aan. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden de meeste aanwijzingen niet onderzocht en is in Nederland nog geen enkel bedrijf vervolgd of veroordeeld voor corruptie.

De onderzoekers van de OESO schrijven in hun rapport dat Nederland de afgelopen tijd 22 beschuldigingen of vermoedens heeft ontvangen, 14 daarvan zijn helemaal niet onderzocht, "gedeeltelijk door gebrek aan middelen". Volgens OESO zullen dit jaar twee zaken vervolgd worden. Vier zaken worden nog onderzocht.

In een reactie zegt minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat het kabinet inmiddels maatregelen in gang heeft gezet voor de versterking van de opsporing en vervolging van buitenlandse omkopingszaken. Het kabinet wil de boetes en straffen verhogen.

Justitie

Het Openbaar Ministerie zal signalen van corruptie sneller oppakken. "Dit om te voorkomen dat gevallen van buitenlandse omkoping vanwege het internationale karakter en complexiteit niet worden aangepakt," aldus het ministerie in een reactie.

De OESO vindt vooral de controle van postbusfirma's onvoldoende. Nederland heeft "onvoldoende middelen om omkoping te vervolgen". Dat zouden verschillende Nederlandse betrokkenen hebben bevestigd.

Het probleem met postbusfirma's is dat deze bedrijven vaak helemaal geen vertegenwoordiging in Nederland hebben. Het hoofdkantoor staat elders in de wereld en de vermeende misdaad heeft vaak weer heel ergens anders plaatsgevonden. Voor de Nederlandse justitie wordt het dan een hele klus om de zaak uit te spitten.

Capaciteit

De OESO vraagt zich af of Nederland wel voldoende bereid is de brievenbusfirma's te vervolgen. Bij de afdeling van het Openbaar Ministerie die zich bezig houdt met internationale corruptie, werken slechts twee Officieren van Justitie.