Zilver maakt gouden medailles duur

Aangepast

De gouden medailles die worden uitgereikt tijdens de Olympische Spelen in London zijn de duurste in de moderne geschiedenis.

Dat komt niet alleen doordat de medaille zwaarder is dan bij voorgaande edities, maar ook omdat de prijs van edelmetalen de afgelopen vier jaar explosief is gestegen.

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden bestaat de gouden medaille voornamelijk uit zilver. Het zou te duur zijn om de medaille uit goud te vervaardigen, zo'n 20.000 euro voor de medaille van 400 gram. In totaal zou er dan 32 miljoen euro moeten worden uitgetrokken voor medailles.

De laatste keer dat er puur goud werd gebruikt was daarom tijdens de Spelen van Stockholm in 1912, daarna ging men over op vergulde medailles van zilver. De medaille die de winnaar omgehangen krijgt bestaat voor 92,5 procent uit zilver, 1,34 procent goud en verder nog wat koper.

520 euro per medaille

Dat zilver mag dan minder duur zijn, er is nog altijd zo'n 520 euro aan edelmetaal nodig om één medaille te maken. Dat is flink duurder dan in Peking, omdat de metaalprijzen de afgelopen vier jaar zo'n beetje verdubbeld zijn. Bovendien waren de medailles in Peking maar 200 gram.

Om al deze kostbaarheden te beschermen liggen ze opgeslagen in de beroemde Tower van Londen, de plek waar ook de Britse kroonjuwelen bewaard worden.

Toch kunnen toeristen de medailles, met een afbeelding van de overwinningsgodin Nike, van dichtbij bekijken: zolang de Spelen duren liggen er een gouden, zilveren en bronzen medaille in het British Museum tentoongesteld.

STER Reclame