Door correspondent Eelco Bosch van Rosenthal

"Nee", was het duidelijke antwoord van Edward Itta op mijn vraag of hij nog twee dingen wil verhelderen. Na een gesprek van bijna een uur, in zijn huis in Barrow, was hij opgestaan. Itta had genoeg uitgeweid over de aanstaande olieboringen van Shell: de bezoekende journalisten zouden er verstandig aan doen zich nu verder te verdiepen en met de walvisvaarders te praten.

En trouwens, waarom waren wij nu pas naar de Noordelijke IJszee gekomen en niet jaren geleden, toen Shell de vergunningen nog niet op zak had en de eskimo's alle publiciteit konden gebruiken?

Edward Itta was destijds burgemeester van Barrow, het grootste eskimodorp ter wereld, gelegen aan de North Slope van Alaska, 500 kilometer boven de poolcirkel en alleen per vliegtuig bereikbaar. Shell maakte duidelijk dat het opnieuw naar olie wilde boren en de eskimo's waren daar fel tegen. Het boren zou de dieren kunnen wegjagen, vooral de Groenland-walvis waar het dorp van afhankelijk is voor zijn voedsel. Om maar te zwijgen over een eventueel olielek. Die zorg kwam er nog eens bij na de explosie met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in 2010.

Overtuigen

Itta voerde een jarenlang gevecht, een meeslepend gevecht, zo valt te lezen in het pas verschenen boek 'The Eskimo and The Oil Man' van journalist Bob Reiss. De 'olieman' in het boek is Pete Slaiby, bij Shell verantwoordelijk voor de olieboringen in de Noordelijke IJszee. Reiss schreef een geweldig boek, waarbij je de hoofdpersonen goed leert kennen: de levensgenieter Slaiby, een kosmopoliet die van Shell in de meest exotische oorden mocht wonen en de koppige Itta, met wie hij ineens zaken moest doen, de burgemeester die het lot van duizenden eskimo's aan de noordkust van Alaska op zijn schouders voelde drukken.

Talloze keren bezocht Slaiby de noordkust. Hij at walvisvlees met de dorpelingen en probeerde ze te overtuigen: er zou heus niets gaan lekken en mocht dat toch gebeuren, dan was er een vloot van 22 schepen in de buurt om eventuele olie op te ruimen. Barrow raakte niet overtuigd, maar het echte gevecht vond elders plaats, in Washington, waar Shell keihard aan het lobbyen was bij de regering-Obama voor de benodigde vergunningen.

Ontwikkeling

Itta erkent dat de olieboringen altijd een dilemma zijn geweest. Alaska kan niet zonder olie: 90 procent van de belastingopbrengst komt van de olie-industrie. Overal in de staat zit olie, overal liggen pijpleidingen. Maar offshore boren is iets anders, zegt Itta. Het is een worsteling. Hij gelooft Shell heus wel als ze zeggen dat ze alles in het werk stellen om veilig te kunnen boren. En ja, als er een bedrijf is dat het kan, dan is dat Shell. Itta maakte een ontwikkeling door: van over my dead body, via "wat als het misgaat?", naar - toen het vermijdelijke onvermijdelijk was geworden - een soort onrustige berusting.

In de haven van Seattle liggen de boorplatforms. Shell kan ze elk moment naar de Beaufort- en Tsjoektsjizee slepen, de twee zeeën binnen het Noordelijke IJszeegebied waar de proefboringen zullen plaatsvinden. Een enkele vergunning is nog niet afgegeven, maar Shell weet dat het goedkomt. Pete Slaiby zegt: "Het is geen gok. Zo mag u het niet omschrijven. Ik ben ervan overtuigd dat alles goed gaat."

'The Eskimo and The Oil Man: The Battle at the Top of the World for America's Future'

STER reclame