Verkiezingen in Kosovo zijn lastig

time icon Aangepast

Door correspondent David Jan Godfroid

'Ovo je Srbija', 'Dit is Servië', staat er op het eerste billboard als je vanuit Centraal-Servië het noorden van Kosovo binnenrijdt. De Kosovo-Serviërs willen het maar gezegd hebben: wij hebben niets te maken met die onafhankelijkheid die de Albanese meerderheid ruim vier jaar geleden uitriep. Kosovo was, is en blijft onderdeel van Servië, vinden ze.

De status van Kosovo is vooral nu belangrijk. Zondag kiest Servië een nieuwe president, een nieuw parlement en nieuwe gemeenteraden. Er is een heftig partijtje touwtrekken aan voorafgegaan om te bepalen of die verkiezingen ook in Kosovo georganiseerd moesten worden.

De Albanezen vonden natuurlijk van niet. Die beschouwen Kosovo immers als een onafhankelijk land en ze vinden dat de Serviërs er maar aan moeten wennen dat ze burgers van dat land zijn. De meeste Kosovo-Serviërs aan de andere kant gruwen van het idee om deel uit te gaan maken van die Republiek Kosovo, die ze beschouwen als een tweekoppig Amerikaans-Albanees monster. De enige autoriteit die zij erkennen, is die van president, regering en parlement van Servië in Belgrado. En vanzelfsprekend van de gemeenteraden die zij zelf kiezen.

Compromis

Unmik, de VN-vertegenwoordiging in Kosovo, de Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) hebben zich het hoofd gebroken over de vraag hoe deze netelige kwestie op te lossen.

Ook internationaal is de onafhankelijkheid van Kosovo omstreden en de vraag of Servië er verkiezingen kan houden dus ook. De Amerikanen staan aan de kant van de Albanezen. De EU zit in een lastig parket, omdat vijf lidstaten de onafhankelijkheid blijven afwijzen. Wereldwijd heeft minder dan de helft van het aantal landen Kosovo erkend.

Uiteindelijk is er op het allerlaatste moment een compromis uitgerold. Door de OVSE georganiseerde presidents- en parlementsverkiezingen mogen wel, gemeenteraadsverkiezingen mogen niet. Daartoe is vooral besloten omdat het Servische parlement en de president ver weg in Belgrado zitten, terwijl de gemeenteraden in Kosovo zelf opereren.

Maar de inkt van het akkoord was nog niet droog of de Serviërs in het noorden van Kosovo, waar ze de meerderheid vormen, maakten bezwaar. Daar staan zondag verkiezingen in twee gemeenten op het programma, in Zvecan en in Zubin Potok, en die zullen ze houden ook. Marko Jaksic, een van de belangrijkste Servische leiders in Noord-Kosovo, verwijt zijn regering in Belgrado onder internationale druk door de knieën te zijn gegaan. Slavisa Ristic, de burgemeester van Zubin Potok, zegt, doelend op Belgrado: "Degenen die ons ervan willen weerhouden om aan deze verkiezingen mee te doen zijn tegen ons, zijn tegen dit volk."

Verhoudingen op scherp

Afgezien van de onderlinge tegenstellingen tussen de Serviërs, staan ook de verhoudingen tussen de Serviërs en de Albanezen op scherp. De (Albanese) politieminister van Kosovo, Bajram Rexhepi, heeft herhaaldelijk laten weten dat hij de Servische verkiezingen wil verhinderen, desnoods met geweld.

Verschillende Servische functionarissen en activisten zijn in de laatste weken opgepakt door de door Albanezen gedomineerde politie van Kosovo. Voor Rexhepi's Servische collega in Belgrado is dat reden geweest om voortdurend de trom te roeren over Albanese provocaties.

Of het tot geweld komt, is moeilijk te voorspellen. Propaganda heerst aan beide kanten. De Serviërs in Kosovo zeggen dat zij er in ieder geval niet mee zullen beginnen. Als het er toch van komt, dan verwacht burgemeester Ristic van Zubin Potok dat de internationale vredesmacht Kfor ingrijpt. Maar als dat niet gebeurt, "dan heeft degenen die wordt aangevallen het recht zich te verdedigen. Daar moeten we open over zijn".

STER Reclame