Holland was hip bij Angolezen

Aangepast

Door buitenlandredacteur Esther Bootsma

In de tijd dat Mauro Manuel naar Nederland kwam, was Nederland verreweg het populairste land voor Angolese asielzoekers. Op middelbare scholen in de hoofdstad Luanda hadden jongeren het er vaak over. Nederland was 'moda', zoals ze het noemden: Holland was hip. Vandaar dat tussen 1998 en 2003 meer dan tienduizend Angolezen in Nederland asiel aanvroegen; veel meer dan in andere Europese landen (bij elkaar 15000).

Dit concludeert criminoloog Joris van Wijk (Vrije Universiteit) in zijn proefschrift 'Luanda-Holanda; onregelmatige migratie van Angola naar Nederland' (2008). Waarom en hoe kwamen ze naar Nederland, was de centrale vraag. Van Wijk interviewde een grote groep Angolese asielzoekers, van wie de meesten inmiddels zijn teruggekeerd naar Angola.

Meesten minderjarig

De helft van de asielzoekers die tussen 1998 en 2003 kwamen bestond uit alleenstaande minderjarigen. Volgens Van Wijk vertelden ze vaak een fictief verhaal aan de Immigratie-en Naturalisatiedienst. Ze zeiden tegen de IND dat ze straatarm waren en slachtoffers van de burgeroorlog. Maar uit Van Wijks onderzoek blijkt dat de meeste asielzoekers niet van het arme platteland kwamen, maar juist uit de rijkere klasse in de steden. Ze waren vaak door hun ouders naar Nederland gestuurd, vooral voor betere studiemogelijkheden.

De jongens zeiden in eerste instantie ook tegen Van Wijk dat ze waren weggegaan vanwege de slechte situatie in hun land. 'Mensen gaan dood in de straten', 'We zitten al meer dan twintig jaar in een oorlog', waren hun standaardantwoorden. "Maar toen we langer doorpraatten en het over hun individuele motieven kregen om te migreren, bleek dat de meeste geïnterviewden uit de economische middenklasse kwamen in de hoofdstad Luanda of een provinciehoofdstad." In de meeste van deze steden was de oorlog nauwelijks merkbaar, aldus Van Wijk.

Een belangrijk motief voor ouders om hun kinderen naar Europa te sturen, was te voorkomen dat ze werden opgeroepen voor militaire dienst. Een ander motief was het goede onderwijs in Europa. Voorheen kon de bovenklasse in het socialistische Angola nog studiebeurzen krijgen voor Oostbloklanden, maar door de val van het IJzeren Gordijn was dat niet meer mogelijk.

Corrupte ambassade

Dat Nederland plotseling zo in trek was, tussen 1998 en 2003, kwam vooral door mond-tot-mond-reclame. Over Engeland, Duitsland en België gingen ook goede verhalen rond, maar nooit zo positief als over Nederland. Het Nederlandse asielbeleid in die tijd was gunstig voor Angolezen. Ze mochten tussen 1998 en 2001 vanwege de burgeroorlog niet worden teruggestuurd en de asielprocedures duurden in Nederland vaak lang. Daardoor konden ze een permanente status krijgen als er niet binnen drie jaar een beslissing was gevallen.

Ook was het niet moeilijk om in Nederland te komen. Een visum voor Portugal was voor een paar honderd euro verkrijgbaar via tussenpersonen of corrupte ambassademedewerkers. En dan een vliegticket naar Portugal en een busreis naar Nederland. Voor 1600 euro kon je er zijn.

Verloren jaren

Maar na het einde van de burgeroorlog in 2002 zakte de stroom in: zo'n 4500 Angolezen zonder verblijfsvergunning moesten terug naar Angola. De meesten kozen ervoor dit vrijwillig te doen en niet illegaal in Nederland te blijven. Soms omdat ze familieleden en hun land misten, maar ook omdat de Angolese economie sterk begon te groeien.

"Het valt op dat veel meer uitgeprocedeerde Angolezen vrijwillig uit Nederland weggaan dan asielzoekers uit andere landen. Daaruit kun je twee dingen concluderen: dat het in Nederland uiteindelijk tegenviel en dat het in Angola voor hen momenteel een stuk aantrekkelijker is. Angola is een van de best presterende landen van Afrika", zegt Van Wijk.

Toch vinden veel teruggekeerde asielzoekers het lastig om een baan te vinden, bijvoorbeeld omdat ze hun studie in Nederland niet hebben afgemaakt. "Vaak hebben ze alleen een paar jaar VMBO en hebben ze ook in het Engels een taalachterstand hebben vergeleken met Angolezen die bijvoorbeeld in Zuid-Afrika zijn gaan studeren. Of ze hebben geen goed netwerk - dat is het belangrijkst in Angola." Ze zeiden tegen Van Wijk dat hun verblijf in Nederland hen 'enkele jaren van hun leven had gekost.' Maar anderen kijken positief terug op hun tijd in Nederland en noemen die een verrijkende ervaring.

STER Reclame