'Foute kunst' ontdekt in Amsterdam Museum

Aangepast

Het Amsterdam Museum gaat contact opnemen met de erven van de Joodse bankier Paul May over een schilderij uit de collectie van het museum. Het schilderij blijkt deel te hebben uitgemaakt van een veiling in oktober 1941 van de collectie van de bankier.

Het museum komt met het bericht naar aanleiding van een uitzending van het tv-programma Brandpunt. Het item, dat vanavond wordt uitgezonden, draait om Joods kunstbezit in museale collecties, door het programma bestempeld als 'foute kunst'.

Het schilderij, een portret van Anna Jacobsdochter Blaeu, de moeder van de bekende dichter P.C. Hooft, valt daar volgens volgens Brandpunt onder. Op de dag dat Nederland zich overgaf, pleegden Paul May en zijn vrouw zelfmoord. De omvangrijke kunstcollectie van de bankier is vervolgens door de Duitsers in beslag genomen en geveild.

Niet op de hoogte

Het Amsterdam Museum kocht het schilderij in 1965 op een veiling in Keulen en zegt niet op de hoogte te zijn geweest van de exacte herkomst van het stuk. Dinsdag werd het museum tijdens de opnamen van Brandpunt geconfronteerd met de ontdekking.

In een reactie stelt het museum dat in de uitzending niet duidelijk naar voren komt dat het Amsterdam Museum onderzoek doet naar de herkomst van stukken in de eigen verzameling. Dit in het kader van het onderzoek 'Herkomst Verwervingen na 1933' dat in 2009 door de Nederlandse Museumvereniging werd opgezet.

Het Amsterdam Museum bezit zo'n 20.000 kunstwerken van na 1945. Volgens het museum vindt dit onderzoek in chronologische volgorde plaats en is het vooralsnog gevorderd tot 1960. Brandpunt is het museum als het ware voor, aldus het museum.

Het Amsterdam Museum zegt altijd open te staan voor bevindingen van externe onderzoekers en de werkwijze van Brandpunt te betreuren.

STER Reclame