De Europese Unie besluit vandaag zo goed als zeker dat er geen olie meer uit Syrië wordt geïmporteerd. Omdat bijna alle olie naar Europa gaat, heeft dat grote gevolgen voor het land, zegt Lucia van Geuns van instituut Clingendael.

"Syrië wordt hard getroffen door een Europees embargo, als die maatregel maar niet wordt omzeild."

Syrië, dat geen lid is van de OPEC, is een relatief kleine producent. "Er worden 300.000 vaten per dag gewonnen, waarvan meer dan de helft voor binnenlands gebruik is bestemd. De verkoop van de olie aan het buitenland is goed voor 30 procent van de staatsinkomsten."

Omwegen

Italië, de grootste afnemer van Syrische olie, staat gereserveerd tegenover een embargo. Het land krijgt ook al geen olie meer uit Libië. De regering in Rome wil de maatregel daarom pas in november in laten gaan, zodat de lopende contracten nog kunnen worden afgehandeld.

Van Geuns ziet hier het gevaar in dat Syrië in de tussentijd omwegen vindt. Ze denkt daarbij aan de afzet van olie aan China. Dat land is als kleine speler bij de Syrische oliewinning betrokken in een consortium met onder meer Shell.

Verschuiving

China kan in het gat springen dat bij een Europese boycot onstaat. "Als andere routes worden gevonden, valt bijna niet te controleren of er toch nog olie het land uitgaat." Een wereldwijde boycot van de Verenigde Naties zou dan ook effectiever zijn, zegt Van Geuns. Rusland en China voelen daar niets voor.

Volgens Van Geus speelt het bewind in Damascus al in op een Europese boycot. "Syrië exporteert normaal olie van een zwaar soort, dat alleen in Europese raffinaderijen kan worden verwerkt. Je ziet nu een verschuiving naar de productie van lichtere olie, dat ook geschikt is voor raffinage in andere landen."

STER reclame