1945: Gedetineerden in Vught wachten op een scheerbeurt
NOS Nieuws

Boek schijnt nieuw licht op leven in naoorlogs kamp Vught

"Het was te doen, als je geluk had", zo beschrijft journalist Marijke Verduijn het leven voor een groot deel van de inwoners van interneringskamp Vught, na de bevrijding van Nederland. Tussen 1944 en 1949 zaten er mensen opgesloten die hadden gecollaboreerd met de Duitse bezetter, of daarvan verdacht werden.

Onder de geïnterneerden waren ook onschuldigen en kinderen, bijvoorbeeld omdat hun ouders lid waren van de NSB. Verduijn deed tien jaar lang onderzoek naar het naoorlogse interneringskamp en schreef er een boek over, dat 1 september uitkomt.

Geïntrigeerd door verhaal

De bakermat van Verduijns onderzoek ligt bij een ontmoeting in 2013, met de zoon van een NSB'er. "Hij had als 16-jarige een Duits uniform moeten aantrekken en had na de bezetting in interneringskamp Vught gezeten. Ik raakte geïntrigeerd door zijn verhaal."

Al snel kwam ze erachter dat er wel wat bekend was over de beginmaanden van het interneringskamp, maar weinig over de jaren daarna. "Ik was benieuwd naar hoe je dat doet als land: in het reine komen met burgers die hebben samengewerkt met de vijand. Wie alleen de verhalen hoort uit de begintijd van het kamp, krijgt een verkeerd beeld van hoe we dat als Nederland gedaan hebben."

Arrestatiewoede

Want de verhalen uit de begintijd van het interneringskamp zijn niet de fraaiste. Wanneer in oktober 1944 de eerste geïnterneerden in het kamp belanden, komen zij terecht in "chaos", zegt Verduijn: "De Duitsers hadden het kamp net een maand daarvoor verlaten. De barakken waren vervuild, er was slechte infrastructuur, geen elektra en het was koud. Bovendien hadden Binnenlandse Strijdkrachten vaak in het wilde weg mensen gearresteerd, soms op valse geruchten. Dossiers werden zelden aangelegd."

Door de arrestatiedrang van de binnenlandse strijdkrachten kwamen er ook onschuldige mensen en kinderen in Vught terecht. "Soms werden ze pas in het kamp voor het eerst verhoord, en bleken ze onschuldig. In het slechtste geval zat je daarna toch veertien maanden onterecht vast."

Leven in het interneringskamp

Oud-SS'ers kregen het het zwaarst te verduren in Vught. "Zij werden eigenlijk vogelvrij verklaard, en hadden een beroerd leven. Ze werden apart vastgehouden en stelselmatig mishandeld."

Maar in de 'gewone' barakken was er een redelijke kans om buiten schot te blijven. "Je moet het in perspectief zien, want het was natuurlijk voor hen ook koud, en er was honger en er waren ziektes", vertelt Verduijn, "maar toch, wie zich gedroeg, kon het redden. Dat blijkt onder meer uit een aantal dagboeken die ik heb gelezen."

Heropvoeding

Aan het eind van 1945 gaat er een andere wind waaien in het interneringskamp. Willem de Wit wordt aangesteld als kampcommandant en krijgt nadrukkelijk de opdracht te focussen op heropvoeding en resocialisatie.

"De Wit was reclasseringsambtenaar geweest. Hij merkte al snel dat in het kamp 'zeer vreemde methoden werden toegepast' en ontsloeg een tirannieke wachtmeester die hiervoor verantwoordelijk was", zegt Verduijn. "Op zijn eerste dag gaf hij een toespraak waarin hij aangaf van de kampbewakers de hoogste discipline te vereisen. Hij vond dat zij het goede voorbeeld moesten geven."

Er kwam een kantine in Vught, een voetbalveld, een theater, een kampkrant en de mogelijkheid tot het volgen van een studie. Voor de 'gewone' geïnterneerden, maar ook voor de oud-SS'ers. Ook werden er discussieavonden gehouden, waar werd gesproken over het fascisme en de oorlog.

Het is volgens Verduijn onduidelijk of het heropvoeden succesvol verliep: "Dat kun je moeilijk controleren. Je kon terugkeren in de maatschappij. Daarvoor moest je je vooral goed gedragen. De beoordeling gebeurde individueel, via een formulier dat werd ingevuld door een bewaker, de aalmoezenier en de sociaal verzorger. Maar je zorgde er natuurlijk wel voor dat je handelde naar hun verwachtingen, want dan kon je vrijkomen. Wat je precies dacht, bleef onduidelijk."

'Kennis moet toenemen'

Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught, is blij met het boek van Verduijn. "Ik hoor vaak van bezoekers dat ze niet wisten dat het kamp bleef bestaan na de oorlog. Ik hoop dat het boek gaat zorgen voor meer kennis in Nederland over dit vergeten stukje historie. Het taboe om over deze groepen te praten neemt af, nu moet de kennis nog toenemen."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl