Turkije van Atatürk tot Erdogan

Aangepast

Hier vindt u een overzicht in vogelvlucht uit de geschiedenis van Turkije. Het zijn een aantal belangrijke momenten uit de politieke geschiedenis sinds de oprichting van de Republiek Turkije.

Atatürk

Mustafa Kemal stichtte op 29 oktober 1923 de Republiek Turkije en werd gekozen tot eerste president van de Republiek. In 1934 krijgt hij de naam Atatürk, wat (voor)vader der Turken betekent.

Hij voert verregaande hervormingen door, zoals de strikte scheiding van kerk en staat. Zijn politieke ideeën worden kemalisme genoemd. Hij sterft op 10 november 1938.

Atatürk heeft in Turkije nog altijd een bijzondere status, hij is volop aanwezig in de vorm van afbeeldingen en spreuken. Zijn gedachtengoed leeft voort in zijn partij de CHP, de Republikeinse Volkspartij, nu de grootste oppositiepartij.

Staatsgrepen

De periode van 1960-1980 staat in het teken van een aantal militaire coups: in 1960, 1971 en 1980. In 1960 maakt het leger een einde aan de autoritaire en religieuze koers van premier Menderes. De leiders van zijn partij, de DP (Democratische Partij) worden vervolgd. Drie van hen, onder wie de premier, worden ter dood veroordeeld en opgehangen. In 1965 worden nieuwe verkiezingen gehouden.

In 1971 wordt er opnieuw een staatsgreep gepleegd, dit keer uit angst voor een te linkse koers van de regering van premier Demirel. De militairen stellen een nieuwe regering aan, die meer in de geest van Atatürk moet regeren. Het politieke landschap polariseert in de jaren daarna nog verder.

De coup van 1980 heeft de meeste invloed op de huidige grondwet. Op 12 september wordt het parlement ontbonden door legerleider Kenan Evren. De regering wordt afgezet, politieke partijen en vakbonden worden verboden en de noodtoestand wordt afgekondigd. Alle bestuurders worden vervangen door militairen. Ze stellen in 1982 een nieuwe grondwet op die democratische vrijheden en burgerrechten flink inperkt.

PKK- Öcalan

In 1984 begint de militante Koerdische afscheidingsbeweging PKK met gewelddadige aanvallen voor een onafhankelijke Koerdische staat. De leider, Abdullah Öcalan, vlucht naar Syrië. Daar wordt hij in 1998 uitgezet, na dreigementen van Turkije. Hij reist onder meer naar Rusland.

Uiteindelijk wordt hij in Kenia gearresteerd op 15 februari 1999. Hij wordt ter dood veroordeeld, later omgezet in levenslang. Vanuit de gevangenis laat Öcalan nog geregeld van zich horen. Zo heeft hij kortgeleden gedreigd met meer geweld na de Turkse verkiezingen als de regering weigert met de rebellen te onderhandelen.

Eerste overwinning AKP

In 2002 wint de AKP van premier Erdogan voor het eerst de parlementsverkiezingen. De partij bestaat dan nog maar een jaar. De bevolking is teleurgesteld in de corruptieschandalen en de slechte reactie van de overheid bij de aardbeving in Izmit (1999). De AKP komt mede daardoor met een tweederde meerderheid in het parlement. De partij ontwikkelt een stabiele achterban in een groot deel van het midden en oosten van het land.

Toetredingsonderhandelingen

De regering voert in de jaren daarna politieke en economische hervormingen door. Zo wordt de doodstraf afgeschaft. Dat leidt in 2005 tot de start van de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie. Later voert de Turkse regering nog meer hervormingen door. Toch zijn van de veertien hoofdstukken uit het toetredingsakkoord nog dertien geopend en een aantal lidstaten hebben grote bezwaren. Het kan nog wel tot 2020 duren voordat Turkije toetreedt tot de EU.

Abdullah Gül president

In 2007 wint de AK-partij van premier Erdogan weer met grote overhand de vervroegde verkiezingen. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül wordt gekozen tot president. Geen verrassing, want de AK partij heeft op dat moment meer dan de helft van de zetels in het parlement.

Er is veel verzet tegen Güls presidentschap, vooral binnen het leger. Tegenstanders zijn bang dat hij van Turkije een islamitische staat zal maken en dat de scheiding tussen kerk en staat zal verdwijnen. Hij belooft dat hij niet partijdig zal zijn en dat hij het seculiere karakter van de Turkse staat zal bewaken.

Ergenekon

In juni 2007 wordt in een huis in Istanbul een munitiedepot gevonden. Een half jaar later volgen tientallen arrestaties van verdachte journalisten, ondernemers en hoge (oud)-militairen. Ze zouden allemaal lid zijn van Ergenekon. Volgens de aanklagers is dat een ondergronds, onzichtbaar crimineel netwerk, verantwoordelijk voor tal van onopgeloste moordzaken, verdwijningen en duistere zaken die nu pas aan het licht komen. Met als doel het omverwerpen van de in hun ogen islamitische regering van premier Erdogan. Later volgen nog twee golven van arrestaties. De zaak breidt zich nog steeds uit.

Referendum grondwet

In september 2010 stemt een meerderheid van de Turkse kiezers in met wijzigingen van de Turkse grondwet. Vijftig miljoen Turken kiezen voor beperking van de macht van het leger en het justitiële apparaat.

Die aanpassingen zijn ook een voorwaarde van de Europese Unie. Volgens de oppositie gebruikt premier Erdogan het referendum om de rechterlijke, seculiere macht te ondermijnen en is hij uit op een staat die gebaseerd is op de politieke islam. De AK-partij heeft een meerderheid in het parlement, dat met de grondwetswijziging invloed heeft op de benoeming van rechters.

STER Reclame