Kees van de Veen
NOS Nieuws

Onderzoek naar scheldwoorden: 'Glij-klanken vloeken niet lekker'

Klootzak, kut, verdomme: scheldwoorden als deze bevatten relatief weinig 'zachte' klanken als r, l, w en y. En dat is niet uniek voor het Nederlands, zeggen twee onderzoekers van de Universiteit van Londen in een internationale studie. Zij concluderen na onderzoek onder moedertaalsprekers van verschillende talen dat zachte klanken over het algemeen minder worden gebruikt om te schelden of te vloeken.

De onderzoekers, overigens geen taalkundigen maar psychologen, lieten sprekers van het Hebreeuws, Hindi, Hongaars, Koreaans en Russisch de meest aanstootgevende woorden in hun taal opnoemen. In die scheldwoorden bleken minder r-, l-, w- en y-klanken voor te komen dan in 'normale' veelgebruikte woorden uit de vijf talen, die allemaal uit een andere taalfamilie komen.

Vervolgens lieten de onderzoekers moedertaalsprekers van zes andere talen - Arabisch, Chinees, Fins, Frans, Duits en Spaans - rijtjes van twee verzonnen woorden horen. De proefpersonen was verteld dat steeds een van beide woorden een scheldwoord was, en dat zij moesten raden welk woord dat was. Het resultaat: de deelnemers wezen de woorden met 'zachte' klanken minder vaak aan als scheldwoord dan de andere pseudowoorden.

Bovendien, stellen de onderzoekers op basis van literatuuronderzoek: als vloeken of aanstootgevende woorden worden afgezwakt, bevatten ze die zachte klanken juist wél. Een Engelstalig voorbeeld is frigging, met de 'zachtere' r-klank, een mildere versie van fucking.

Mensen associëren klanken als de r, l, w en y blijkbaar niet met schelden, zeggen de onderzoekers. In de taalkunde worden die klanken approximanten genoemd. Ze liggen qua klank en vorming in de mond tussen een klinker en een 'normale' medeklinker in.

Geen badhanddoek

Taalkundige Mark Dingemanse van de Radboud Universiteit in Nijmegen, die onderzoek doet naar klanksymboliek, is niet verbaasd over de resultaten van het onderzoek. "Dat sommige klanken niet lekker schelden, komt niet onverwacht", zegt hij.

Dingemanse legt dat uit aan de hand van andere klanksoorten die in de fonetiek worden bestudeerd. "Je hebt de plosieven, zoals de p en k. Om die uit te spreken, houd je de lucht als het ware even stil en dan komt het er in één keer uit. Ook zijn er wrijfklanken, zoals de g. De approximanten, een soort glij-klanken, zitten ertussenin. En dat vloekt niet lekker. Logisch, want er zit geen wrijving in."

Dingemanse had liever gezien dat de onderzoekers hadden bestudeerd wat qua klank dan wél fijne krachttermen zijn. Hij vergelijkt hun studie, die hij overigens wel interessant noemt, met het vinden van een antwoord op de vraag: wat kun je goed gebruiken als schuurpapier? "Zij concluderen in feite dat daarvoor in geen enkele cultuur badhanddoeken worden gebruikt. Maar wat dan wel? Dat wil ik weten."

Ziektes en geslachtsdelen

In hoeverre is het overigens niet logisch dat nauwelijks voor die badhanddoeken wordt gekozen, ofwel voor de zachte klanken? Voor veel scheldwoorden wordt geput uit een uitgebreid vocabulaire van ziektes en geslachtsdelen. En woorden als kanker, tyfus en kut bevatten nu eenmaal geen zachte klanken - uitzonderingen daargelaten, zoals lul.

"Het kan ook zijn dat we ziektes die het qua klank niet goed zouden doen expres niet uitkiezen als verwensing", speculeert Dingemanse. "Er zijn honderden ziektes waarvan sommige misschien zachter klinken, maar die werken minder goed. Het moet wel een beetje schuren, er moet letterlijk wrijving in zitten."

Zigzaggen

Dat is voer voor vervolgonderzoek, zegt de Nijmeegse taalkundige. In ieder geval toont het Britse onderzoek (opnieuw) aan dat er vaak een verband is tussen de vorm en de betekenis van een woord. Waar vroegere taalwetenschappers als Ferdinand de Saussure nog meenden dat die relatie altijd volstrekt willekeurig is - een stoel heet toevallig een stoel - zijn taalkundigen het er volgens Dingemanse inmiddels wel over eens dat dat lang niet altijd het geval is.

Scheldwoorden tonen dat aan, maar er zijn ook andere voorbeelden. In veel talen bevat het woord voor 'klein' bijvoorbeeld een i-klank, zodat je mond letterlijk kleiner wordt om dat woord te vormen. En de r-klank wordt in veel talen gebruikt voor ruwe texturen.

"En dan heb je nog woorden als 'zigzaggen' of 'wriemelen'", zegt Dingemanse. "In die woorden klinkt in de klank ook al iets van de betekenis door."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl