ANP
NOS Nieuws

Veel verdwaalde zeezoogdieren, zijn het er meer dan anders?

  • Ivo Landman

    redacteur Online

  • Ivo Landman

    redacteur Online

Drie walvisachtigen die de Seine op zwemmen, spitssnuitdolfijnen die aanspoelen in Zandvoort, België en Denemarken, een bultrug op Vlieland en dan nog een stuk of drie afgedwaalde walrussen bij Noorwegen en in de Oostzee. Er komen ieder jaar wel een paar zeezoogdieren verkeerd terecht, maar dit jaar lijken het er wel heel veel.

De laatste in de reeks is een beloega die de Seine is opgezwommen. Dat dier leeft normaal gesproken in arctische contreien, maar soms dwalen ze af. In mei werd ook een orka gespot in de Franse rivier en vorige maand dook er een dwergvinvis op.

Witte dolfijn in Seine bij Parijs

Zeezoogdieren in rivieren zijn zeldzaam, en drie achter elkaar is best bizar, zegt Nathalie Houtman van het Wereldnatuurfonds. Orka's en dwergvinvissen komen normaal niet in zoet water. Beloega's zwemmen wel eens de monding van een rivier in, maar vooral in Canada. "Het komt wel eens voor dat je een zeezoogdier in een rivier ziet, maar dat is vaak van korte duur. Het is niet hun natuurlijke leefomgeving."

Het meldpunt SOS Dolfijn ziet het aantal meldingen inderdaad al jaren oplopen. Toch wil dat niet meteen zeggen dat er echt meer dieren aanspoelen, zegt een woordvoerder. "Er wordt ook gewoon meer gemeld omdat meer mensen een telefoon bij zich hebben dan vroeger."

De strandingen in Nederland worden bijgehouden op walvisstrandingen.nl. Guido Keijl doet dat voor Naturalis al meer dan tien jaar, maar de aangespoelde zeezoogdieren worden al veel langer geturfd: de oudste waarnemingen gaan terug tot in de 13de eeuw. Ook toen, merkt Keijl op, spoelden er af en toe walvissoorten aan die hier niet thuishoren.

Volgens hem is het aantal strandingen ieder jaar anders. Sinds 2000 liep het uiteen van 3 tot 16 per jaar (de ruim 10.000 bruinvissen niet meegeteld):

walvisstrandingen.nl
Gestrande walvissen en dolfijnen in Nederland sinds 2000

Ruim 98 procent van de aangespoelde walvisachtigen zijn bruinvissen die (net als dwergvinvissen) van nature in de Noordzee voorkomen. Bij de andere zeezoogdieren is het ook niet altijd duidelijk waarom ze in de relatief ondiepe en troebele Noordzee terechtkomen. Het verschilt per soort. Gewone vinvissen komen bijvoorbeeld wel eens in aanvaring met een schip in de golf van Biskaje, weet Keijl, en als zo'n kadaver op de boeg blijft hangen wordt het met dat schip meegevoerd naar onze kustwateren.

Vaker gaat het om zeezoogdieren die de weg zijn kwijtgeraakt op zoek naar voedsel. Klimaatverandering heeft daar ook invloed op, al is het moeilijk aan te geven hoeveel.

Op 19 juli lukte het badgasten gestrande spitssnuitdolfijnen weer richting zee te begeleiden:

Steve Geelhoed, onderzoeker bij Wageningen Marine Research, valt op dat de laatste jaren steeds meer verschillende soorten aan de Europese kusten stranden. Er worden ook vaker levende dieren gespot, zoals bultruggen.

De bultrug weet zich meestal wel te redden in de Noordzee, maar er komen ook soorten die hier van oudsher echt niet thuishoren. Mogelijke oorzaak ligt bij het 's zomers sterker smelten van het zee-ijs in het hoge noorden, legt Geelhoed uit. "Walvissen die daar leven zoeken naar voedsel langs de randen van het ijs, waar hogere concentraties voedsel te vinden zijn. Zonder zee-ijs gaan ze op zoek naar nieuwe voedselgebieden en dwalen ze soms af."

Bijkomend probleem is dat dolfijnen en (tand)walvissen zoals de potvis met sonar scannen op obstakels. "De Noordzee is ondiep met een glooiende bodem dus dan krijgen ze geen signaal terug en denken ze dat er geen obstakels zijn, en voor je het weet liggen ze op het strand."

Eenmaal aangespoeld loopt het vaak niet goed af. Zelfs als het lukt de dieren weer de zee in te krijgen, raken ze vaak opnieuw de weg kwijt en spoelen ze bijvoorbeeld weer op de Engelse kust aan.

Windmolenparken op zee

Volgens Nathalie Houtman van het Wereldnatuurfonds hebben de walvisachtigen, net als als ander zeeleven, last van menselijke activiteit. Scheepvaart, visserij en klimaatverandering.

Sommigen wijzen ook op de oprukkende windmolenparken in zee, die een laagfrequent geluid maken. Maar als verdwaalde zeezoogdieren daar terecht komen hebben ze al ergens een afslag gemist, merkt onderzoeker Geelhoed op. "Daarnaast maakt hun eigen sonar juist een geluid op hogere frequenties, dus letten ze niet op dat gebrom."

Volgens Keijl hebben de windmolenparken zelfs een prettige bijkomstigheid: er mag niet gevist worden, dus mogelijk ontstaan er kraamkamers voor vis. "En dat is dan weer goed nieuws voor zeehonden, dolfijnen en walvissen."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl