Actievoerders van platform Noodalarm Geboortezorg hebben een petitie in de Tweede Kamer aangeboden. In de petitie, die bijna 190.000 keer is ondertekend, worden Kamerleden opgeroepen om het plan van minister Kuipers voor een integraal tarief voor geboortezorg te blokkeren.

De grote zorg van met name verloskundigen is dat zij bij een integraal tarief hun autonomie zullen verliezen. Op dit moment hebben gynaecologen, verloskundigen en kraamverzorgers afzonderlijk een contract met zorgverzekeraars. Daardoor worden zij nu apart betaald voor het verrichte werk. Bij een integraal tarief moeten deze zorgverleners straks één zak geld per zwangere onderling verdelen.

Om dit netjes te kunnen doen, moeten ziekenhuizen, verloskundigenpraktijken en de kraamzorg op regionaal niveau zogeheten Integrale Geboortezorg Organisaties (IGO's) oprichten waarbinnen taken en betalingen worden geregeld.

Reorganisatie

Het idee achter deze reorganisatie is dat gynaecologen en verloskundigen beter gaan samenwerken en dat daardoor de veiligheid voor moeder en kind zal verbeteren.

Maar uit verloskundige hoek klinkt veel kritiek op dit voornemen. De beroepsvereniging wijst erop dat de samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen de afgelopen twaalf jaar al fors is verbeterd.

Statistieken onderschrijven deze stelling. In 2008 was de babysterfte in Nederland nog opvallend hoog. Daarom werd vanaf 2010 actie ondernomen. Tientallen verloskundige samenwerkingsverbanden schoten uit de grond en er kwam een 'Zorgstandaard Integrale Geboortezorg'.

Binnen deze verbanden gingen gynaecologen en verloskundigen beter samenwerken. In 2018 was de babysterfte in Nederland nog maar 10 procent hoger dan in Finland, zo blijkt uit onderzoek van het RIVM. Finland is een land dat traditioneel weinig babysterfte kent.

Proef

"Naar mijn ervaring gaat een integrale bekostiging die samenwerking niet verder verbeteren", zegt Michelle Beijerinck, verloskundige in de Haagse praktijk Mundo Vroedvrouwen. Zij nam met haar praktijk deel aan een pilot om met andere verloskundigenpraktijken en het HagaZiekenhuis zo'n IGO op te richten en het werken met een integraal tarief te testen.

"We hebben die jaren vooral gemerkt dat de administratieve belasting zwaarder werd. Normaal declareerden we direct aan de zorgverzekeraar. Nu ging dat via de IGO die ons allemaal vertegenwoordigde. En dat werkte gewoon trager en bureaucratischer."

Heel veel intensiever werd de samenwerking op medische inhoud overigens niet. "Binnen een IGO gaat het meer over financiën", aldus Beijerinck. "Dus zorginhoudelijk veranderde er niet veel."

NOS/Beeld Werkt

Het RIVM evalueerde de pilot (waaraan ook zeven andere regio's deelnamen) en concludeerde in een rapport hetzelfde. Zo bleef de verhouding tussen bevallingen thuis en het ziekenhuis nagenoeg gelijk. Ook had de integrale bekostiging geen effect op de gezondheidsuitkomsten binnen de geboortezorg.

Het RIVM hoorde van het merendeel van de participanten in de pilotregio's dat ook zij te maken hadden met een hogere administratieve last bij een integraal tarief.

Na de pilot besloot Mundo Vroedvrouwen samen met de andere verloskundigenpraktijken in hun regio om te stoppen met de integrale bekostiging. De zorginhoudelijke samenwerking binnen de IGO gaat wel door.

Dit is de manier hoe veel verloskundigen het eigenlijk willen: financiële onafhankelijkheid terwijl er wel goed wordt samengewerkt.

Wanneer er alleen met integrale bekostiging wordt gewerkt valt een verloskundigenpraktijk financieel onder een IGO en vervalt het eigen contract met de zorgverzekeraar. Dus voor hun inkomen worden zorgverleners afhankelijk van de IGO.

Machtspositie

En dat zien vooral verloskundigen, hun beroepsvereniging KNOV voorop, niet zitten. Hun vrees is dat ziekenhuizen, vanwege hun omvang, een grote machtspositie zullen krijgen ten opzichte van de verloskundigen in het bestuur van een IGO.

"En als je dan zo afhankelijk bent en de IGO gaat voorwaarden stellen aan hoe je de zorg moet leveren, kun je je daar moeilijk tegen verweren want je bent de onderliggende partij", verwacht Beijerinck.

Ze geeft het hypothetische voorbeeld over de keuze of een vrouw wel of niet thuis mag bevallen. "Dan zou er de richtlijn kunnen komen dat alleen iemand die al eens is bevallen en heeft bewezen dit veilig te kunnen doen thuis mag bevallen. Dan beperk je toch de keuzevrijheid. En zo kom je op een glijdende schaal, waarbij de grote partij kan stellen: wij vinden dat niet verantwoord."

Minister Kuipers heeft begrip voor de zorgen en heeft daarom toegezegd dat naast de integrale bekostiging ook de oude 'monodisciplinaire financiering' blijft bestaan. Dit om de autonomie van verloskundigen te garanderen. Kuipers noemt dit een tweesporenbeleid.

Er bestaan grote twijfels bij verloskundigen of zorgverzekeraars dit beleid op de lange termijn zullen blijven uitvoeren. Want er zijn zorgverzekeraars die een grote voorkeur hebben voor een integraal tarief. Het is efficiënter om zorg in te kopen bij een enkele IGO's in plaats van bij vele praktijken.

In het beleidsdocument over zorginkoop 2022-2023 is de grote zorgverzekeraar Menzis uitgesproken: "We zijn van mening dat voor het goed functioneren van Integrale Geboortezorg op termijn integrale bekostiging noodzakelijk is."

Geen extra's

De regionale zorgverzekeraar ENO denkt soortgelijk. Wie als zorgverlener op de oude manier afzonderlijk betaald wil worden kan niet op extra's rekenen. Op de website staat: "Voor aanbieders van monodisciplinaire verloskunde is het daarom binnen de overeenkomst verloskunde niet mogelijk om voor het ontwikkelen van innovatief zorgaanbod afspraken te maken en in aanmerking te komen voor een 'max-max'-tarief."

Bij navraag stellen zowel de afzonderlijke zorgverzekeraars als koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland het tweesporenbeleid van Kuipers te volgen.

De beroepsvereniging van de verloskundigen, KNOV, durft er toch niet op te vertrouwen. Vanuit hun leden krijgen ze al voorbeelden waarbij de financiering van innovatieve projecten alleen doorgaat als die projecten leiden tot integrale bekostiging.

Schadelijke concurrentie

En zelfs als IGO's en zelfstandige verloskundige praktijken wel naast elkaar zullen bestaan, wordt gevreesd voor concurrentie die de samenwerking tussen verloskundige en gynaecoloog juist zal belemmeren.

De KNOV inventariseerde zelf de ervaringen van zelfstandige verloskundigen en noteerde tal voorbeelden van onderlinge ergernis. Zo werden bijvoorbeeld cliënten door een IGO ingepikt:

"Het is nu een paar keer voorgekomen dat ik een cliënt doorstuur naar een ziekenhuis binnen een IGO en dat de IGO mijn cliënten vervolgens zelf houdt. Als een verloskundige nodig is, verwijzen zij terug binnen de IGO in plaats van naar mij. Cliënten wordt dan verteld dat ze beter binnen de IGO kunnen blijven. Zo wordt samenwerking wel erg ingewikkeld als we elkaars concurrenten worden."

STER reclame