Rijmond
In samenwerking met
Rijnmond
NOS NieuwsAangepast

Horloge Joodse Rotterdammer na 80 jaar terug bij familie

Het zakhorloge van een Joodse Rotterdammer die werd vermoord in Auschwitz is na bijna tachtig jaar terug bij zijn familie.

De Belgische boer Gustave Janssens vond het uurwerk in 1944 op zijn akker in het Vlaamse Molenstede. Het was vermoedelijk verloren door een van de Duitse soldaten die bij hem ingekwartierd waren. Die deden hun behoefte op de akker.

"Mijn opa had geen goede band met de nazi's", zegt kleinzoon Pieter Janssens tegen de regionale omroep Rijnmond. Daarom hield hij het klokje bij zich. Om het ooit misschien terug te geven aan de wettige eigenaar."

Het horloge werd bewaard in een grote hangklok en kwam jaren later weer tevoorschijn na het overlijden van de opa en de vader van Janssens.

Zoektocht via internet

De kleinzoon besloot op zoek te gaan naar de erfgenamen van het zakhorloge. De inscriptie vormde een aanknopingspunt: "Neufchâteau 1910, gemaakt door A.A. Overstrijd, pour mon frère Louis". "Je zag dat het gemaakt was door iemand voor iemand die 18 jaar werd", zegt Janssens.

Via internet kwam hij in contact met historicus Rob Snijders van Joods Erfgoed Rotterdam. Die ging op zoek. "Ik schreef er een artikel over en deelde dat op Twitter en Facebook", vertelt Snijders. "Binnen 24 uur kreeg ik een reactie waarin stond dat ik op zoek moest gaan naar een zekere R. van Ameijden."

"Ik heb toen op sociale media de eerste persoon met die naam aangeschreven en gevraagd of ze familie waren van Alfred Overstrijd", vertelt Snijders. "En dat bleek zo te zijn."

Horlogemaker Alfred was in juli 1942 opgepakt door de SD en werd in Auschwitz vermoord op 21 januari 1943. Zijn broer Louis was op dezelfde dag gearresteerd en stierf ergens in Midden-Europa in de nadagen van de oorlog.

Wonderlijk

Richard van Ameijden (1954) is de kleinzoon van Alfred Overstrijd. Hij wist niet van het bestaan van het horloge. Hij noemt het "iets heel wonderlijks".

Hoe het uurwerk van de Rotterdamse horlogemakersfamilie in België is terechtgekomen, weet historicus Snijders niet. Hij heeft wel zijn vermoedens. "In 1942 en 1943 zijn er massadeportaties geweest in Rotterdam. Ik kan het niet anders verklaren dan dat een Duitse soldaat het te pakken heeft gekregen tijdens een huiszoeking of het heeft afgepakt."

Richard van Ameijden heeft nog twee oudere zussen, Joyce (1951) en Monique (1949). De familie heeft niet veel andere tastbare herinneringen aan hun opa.

De oudste van de drie, Monique, mag het uurwerk na bijna tachtig jaar in ontvangst nemen. "Zó mooi, ik ben zó dankbaar", zegt ze, starend naar het zilveren klokje. "Zoals onze opa had gewild", reageert Pieter. "Het uurwerk is terug bij wie het hoort."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl