De binnenkant van de kernfusiereactor JET EUROfusion

Een team van Europese natuurkundigen is erin geslaagd om met kernfusie in vijf seconden een recordhoeveelheid energie op te wekken. Dat gebeurde in de experimentele fusiereactor Joint European Torus (JET) in Culham in het Verenigd Koninkrijk. Nog niet eerder heeft een fusiereactor zo veel energie opgewekt.

De wetenschappers slaagden erin om 59 megajoule energie op te wekken. Ter vergelijking: daarmee kun je in vijf seconden een met water gevuld olievat aan de kook brengen. Het vorige record dateert van 1997 toen 22 megajoule energie werd opgewekt. Als je die 59 megajoule vertaalt naar vermogen levert dat 11 megawatt warmte op. Daarmee zou je rond de 10.000 huishoudens vijf seconden lang van energie kunnen voorzien.

Energie van de toekomst

Volgens de teamleider van EUROfusion, het wetenschapscollectief, laat dit experiment zien "dat we op het juiste pad zijn naar een toekomstige wereld met fusie-energie". Hij stelt dat als de kernfusie vijf seconden lang in stand gehouden kan worden het in theorie ook vijf minuten en vervolgens vijf uur kan. Dat is nu nog niet mogelijk omdat de reactoren daar te heet voor worden.

Kernfusie zou, als het aan de wetenschap ligt, de energievorm van de toekomst moeten zijn. Om het uiteindelijk als alledaagse krachtbron te gebruiken, is het nodig dat er voor langere tijd energie opgewekt kan worden. Het is een schone manier van energie opwekken omdat er nauwelijks fossiele brandstoffen voor worden gebruikt. Daarnaast komt er nagenoeg geen radioactief afval vrij zoals in de huidige kerncentrales wel gebeurt.

Het grote verschil met wat er in de huidige kernreactoren gebeurt, is dat de kernen van atomen niet gespleten worden, maar juist met elkaar versmelten. Dat maakt deze vorm van energie opwekken ook veiliger; er kan geen meltdown plaatsvinden zoals in huidige reactoren. Een ramp zoals in Tsjernobyl wordt onmogelijk geacht. Wanneer het splijten in gang gebracht wordt, moet dat onder controle worden gehouden en dat kan fout gaan. Wanneer het fuseren stopt, valt het proces gelijk stil.

Bij het fuseren worden twee lichte waterstofatomen, in dit geval deuterium en tritium, samengesmolten. Daarbij komt tientallen malen meer vermogen vrij dan erin wordt gestopt. Bij dit experiment is 0,7 milligram aan brandstof gebruikt, legt een woordvoerder van Differ uit. Dat is een onderzoeksinstituut in Eindhoven dat meewerkte aan het experiment van EUROfusion. "Om dezelfde energie op te wekken, zou je nu twee kilo steenkolen nodig hebben."

Pas in tweede helft eeuw

Overigens werd het record van de piek van het vermogen, ofwel de productiefste seconde, niet verbroken. Die lag in 1997 op 16 megawatt warmte. Maar volgens de wetenschappers is dat minder van belang, omdat dit experiment heeft aangetoond dat het mogelijk is om een langdurige periode een constante hoeveelheid energie op te wekken.

Op dit moment zijn er nog geen kernfusiereactoren in Europa die bruikbaar zijn om energie voor dagelijks gebruik op te wekken. Doel is om die in de tweede helft van deze eeuw te bouwen. Om dat voor elkaar te krijgen moet er geëxperimenteerd worden in reactoren als JET. In Frankrijk wordt nu gebouwd aan de opvolger van JET, ITER genaamd.

STER reclame