AFP
NOS NieuwsAangepast

De Jonge stimuleert gebruik beter beschermende FFP2-maskers in zorg

Demissionair minister De Jonge moedigt het gebruik van FFP2-maskers in de zorg aan, hoewel deskundigen dit hoog beschermende mondkapje niet nodig vinden bij contact met coronapatiënten. Het ministerie van Volksgezondheid gaat deze mondneusmaskers tegen een laag bedrag aan zorginstellingen aanbieden.

De Jonge komt met dit aanbod nadat er discussie was ontstaan over het gebruik van de FFP2-maskers in het licht van de besmettelijkere omikron-variant. Een aantal politieke partijen pleitte ervoor om de mondkapjes breder beschikbaar te stellen.

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) en het Outbreak Management Team (OMT) vinden dat zo'n masker alleen nodig is bij zogenoemde aerosolvormende handelingen. Dat zijn medische procedures zoals intubatie, waarbij een beademingsbuis bij een patiënt wordt ingebracht. In de praktijk worden deze maskers daarom alleen in ziekenhuizen gebruikt.

Een chirurgisch masker voldoet bij ander contact met covid-patiënten, aldus de deskundigen, ook als de patiënt hoest en niest. Dat standpunt bleef deze week na heroverweging toch hetzelfde.

OMT verwijst naar Wereldgezondheidsorganisatie

Het OMT schrijft in een vandaag verschenen advies dat het op dit moment niet nodig is om de richtlijnen aan te passen "na zorgvuldige raadpleging van de beschikbare wetenschappelijke evidence en internationale richtlijnen, inbegrepen die vanuit de WHO-expertgroep".

In een gesprek met de NOS licht OMT-voorzitter Jaap van Dissel toe: "Wij volgen de adviezen van de WHO, en die is daar duidelijk in. Daar worden alle wetenschappelijke adviezen uitvoerig doorgenomen. En de opvatting van de WHO die wij dus overnemen, is dat in de meeste gevallen het chirurgische mondneusmasker voldoende is."

Dat is opvallend, want in de nieuwe richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), gepubliceerd op 22 december, staat een ander advies. De WHO vindt dat zorgverleners ook FFP2-maskers moeten dragen in ruimtes met slechte ventilatie en als het op basis van hun eigen oordeel beter beschermt tegen een infectie.

De WHO ziet ook dat er nog weinig wetenschappelijk bewijs is dat het beter beschermt tegen infectie dan een chirurgisch masker. Maar dat omikron zich zo veel sneller verspreidt dan delta en vaccinatie minder beschermt tegen de nieuwe variant, was voor de WHO genoeg reden om het advies aan te passen. Mogelijk heeft het OMT de aangepaste richtlijn van de WHO niet gezien.

In de Nederlandse richtlijnen is wel ruimte voor zorgverleners om zelf te bepalen of ze een beter beschermend masker willen gebruiken: "daarnaast kan in situaties met intensieve blootstelling aan covid-19-patiënten uit voorzorg gebruik van een FFP2-masker overwogen worden."

Van Dissel wijst op de nadelen: "Het punt bij deze maskers is, ik ben er redelijk mee bekend in het ziekenhuis, dat er bepaalde controles noodzakelijk zijn. De maskers moeten aansluiting hebben bij de kin en de neus, en daar moet je het ook op testen. En als je langer gebruikmaakt van de maskers, in het ziekenhuis vaak zo'n 15 minuten, dan krijg je daar last van, zoals lokale irritatie, benauwdheid en hoofdpijn." Daarom vindt het OMT dat zorgverleners moeten leren hoe ze de maskers goed gebruiken.

De Jonge schrijft aan de Tweede Kamer dat zorgverleners op basis van hun eigen professionele inschatting of behoefte aan veilig werken, dat ook kunnen doen. Om het gebruik te stimuleren, wil hij van 4 tot 18 januari deze maskers beschikbaar stellen tegen een "sterk gereduceerd tarief". Volgens de laatste cijfers heeft het ministerie ruim 43 miljoen FFP2-maskers op voorraad liggen bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl