1. Ga naar het menu
  2. Ga naar de inhoud
AFP
NOS Nieuws

Europese Centrale Bank worstelt met inflatie, rente en steun

  • André Meinema

    Verslaggever economie

  • André Meinema

    Verslaggever economie

Wat is de euro waard? Dat is de vraag waar bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt alles om draait. Vandaag staat de ECB voor een ingewikkelde exercitie rond inflatie en een hoop economisch duw- en trekwerk dat daarbij komt kijken.

Want er komt een nieuw rentebesluit, wat een verzamelbegrip is voor een aantal maatregelen die worden aangekondigd, omdat de inflatie omhoog en giert en ver uittorent boven de 2 procent die de ECB als doelstelling heeft. Ondertussen loopt de economische groei terug, gehinderd door materiaaltekorten, logistieke knelpunten en een oplaaiende pandemie.

De afgelopen jaren heeft de ECB zich tot het uiterste ingespannen om de economie te laten groeien en de inflatie op een gezonde 2 procent te krijgen. De centrale bank heeft middels schuldopkoop bijna 4700 miljard euro in de economie van de eurozone gestoken en de rente op nul gezet.

De centrale banken van Europa, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk worstelen met dezelfde vraag: what shall we do with a drunken inflation?

Meer betalen voor hetzelfde

De Amerikaanse centrale bank, de Fed, besloot gisteren zoals verwacht de noodsteun versneld af te bouwen en is daar in maart mee klaar. De rente zal in 2022 in drie stappen verhoogd worden, net als een jaar later. De inflatie in de VS bedraagt 6,8 procent en de producentenprijzen stegen 9,6 procent.

Inflatie is de stijgende prijs van de boodschappen, de wasmachine, de kapper en de vakantie, en vergeet de gas- en lichtrekening niet; meer betalen voor dezelfde dienst of hetzelfde product dus.

De inflatie piekt in de eurolanden, in november gemiddeld bijna 5 procent, de hoogste inflatie in 25 jaar. Binnen de eurozone zijn er wel flinke verschillen, in Italië en Portugal bijvoorbeeld is de inflatie lager, maar in België en Duitsland juist veel hoger.

Enorm steunprogramma

Jarenlang kenden de eurolanden een lage inflatie. De afgelopen tien jaar bedroeg die gemiddeld 1,3 procent. De economie krabbelde moeizaam op uit de financiële crisis en om er weer beweging in te krijgen, tuigde de ECB in 2015 een enorm steunprogramma op, het opkopen van staats- en bedrijfsschulden. Dat kwam neer op het opendraaien van de geldkraan: in totaal liet de ECB 3125 miljard euro in de euro-economieën lopen.

In maart 2020 brak in Europa de coronacrisis los. De economie werd hardhandig stilgelegd door lockdowns en de beurzen zakten ineen. Met ongekende voortvarendheid regelden de centrale banken binnen een week een omvangrijk pandemie-steunprogramma, PEPP geheten (Pandemic Emergency Purchase Programme), van 1850 miljard euro.

De economie werd met steun van overheden, banken en centrale banken verbazingwekkend snel overeind geholpen en door de coronacrisis getild en herstelt ongezien krachtig. De inflatie daarentegen blijft laag, onzekerheid en uitgestelde bestedingen zijn hier debet aan.

Niet aan een touwtje

Een maand of zes geleden stak de inflatie alsnog de kop op. Vooral de energieprijzen (olie, gas, stroom) schieten de hoogte in door vraag en aanbod met de winter voor de deur, geopolitieke spanningen rond de olie- en gasproducenten en lage voorraden.

De producentenprijzen stijgen ook, doordat bedrijven de duurdere grondstoffen en onderdelen, energiekosten en transportkosten beginnen door te rekenen in de producten. De Nederlandse inflatie in november bedraagt al 5,6 procent, het hoogste niveau in bijna veertig jaar.

Een paar maanden geleden was het idee nog dat het met de inflatie niet zo'n vaart zou lopen en dat het vooral tijdelijk is, maar daar denken de bankiers in Frankfurt inmiddels anders over. De onzekerheid over het reilen en zeilen van de economie in coronatijd is groot en inflatie is sowieso lastig voorspellen. "We hebben de inflatie niet aan een touwtje", zei DNB-president Klaas Knot al.

De ECB heeft eigenlijk twee knoppen waaraan gedraaid kan worden bij het monetaire beleid. De centrale bankiers kunnen schuiven met steunprogramma's, door afbouwen, stopzetten of vergroten. En de rente kan verhoogd of verlaagd worden.

Het pandemieprogramma PEPP loopt tot maart 2022, dus nog drie maanden, en dan stopt het ook echt, heeft bankpresident Christine Lagarde al gezegd. Een klein, nieuw PEPP-2 steunprogramma kan omwille van de tanende economische groei misschien goed zijn om het wegvallen van de pandemiesteun te verzachten.

Maar een renteverhoging zit er niet in. De ECB gaat ervan uit dat de hoge inflatie atypisch is en van tijdelijke aard. Ergens eind 2022 zal die weer afnemen en in 2023 uitkomen rond de 2 procent.

Bovendien heeft een rentestapje, ook een minieme verhoging, een domino-effect op de spaarrentes en de rente voor kredieten, hypotheken en obligaties en de aandelenmarkten. Duurder geld en hogere schuldenlasten bijten de economische groei in de kuiten en dat helpt in tijden van pandemie niet erg.

En de ECB gaat dan wel over inflatie, maar niet over geopolitieke energieprijzen of de schaarste aan chips of containertarieven. De bank kan daar ook niks aan veranderen, door welke rente of welk steunprogramma dan ook.

Economische groei - producentenprijzen (PPI) - inflatie (HCIP) eurozone (percentage t.o.v. 2020) - Bron: EUROSTAT

Euroland Groei Q2 '21 Groei Q3 '21 PPI sept '21 PPI okt '21 Inflatie okt '21 Inflatie nov '21
België 15,1 4,9 1,7 11,2 5,4 7,1
Nederland 10,4 5,0 2,5 5,6 3,7 5,6
Duitsland 10,0 2,6 2,4 3,8 4,6 6,0
Frankrijk 18,8 3,3 1,7 2,9 3,2 3,4
Italië 17,1 3,9 1,9 9,4 3,2 4,0
Eurozone 14,4 3,9 2,8 5,4 4,1 4,9

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl