Een kamp op Lesbos EPA

Het proces tegen de 24 hulpverleners die op Lesbos bootmigranten uit zee hebben gehaald, is uitgesteld. De Griekse rechtbank was naar eigen zeggen niet bevoegd om de zaak te behandelen, omdat een van de verdachten advocaat is. Het proces gaat verder bij een hogere rechtbank, maar het is nog onduidelijk wanneer. Mogelijk gaan daar nog maanden overheen.

De reddingswerkers worden verdacht van mensensmokkel, spionage en deelname aan een criminele organisatie, waarop celstraffen staan tot maximaal 25 jaar. Onder hen is de Nederlander Pieter Wittenberg, die vandaag ook in de rechtbank aanwezig was. Hij zegt zeer teleurgesteld te zijn over het uitstel.

"Het is hoogst vervelend. We hadden vandaag een punt achter het geheel willen zetten en voor eens en altijd willen vaststellen dat humanitaire hulp verlenen nooit een misdaad kan zijn", zei hij in Blok&Toine op NPO Radio 1.

Schipper op reddingsboot

De 74-jarige Wittenberg was in 2016 en 2017 op Lesbos om migranten te helpen. "We kookten 600 maaltijden per dag voor vluchtelingen die in kamp Moria zaten, hebben kleren gesorteerd en uitgedeeld en straten schoongemaakt. Maar we hebben ook langs het strand gepatrouilleerd en ik ben 's nachts drie maanden lang schipper van de reddingsboot geweest. Ik ging dus de zee op, om uit te kijken naar rubberboten met vluchtelingen erop."

Volgens Wittenberg was het niet de bedoeling om de migranten aan boord te nemen, maar zorgden hij en zijn collega-vrijwilligers ervoor dat de migrantenboten op een veilige plek aan de kust terechtkwamen. "Zodat ze niet op rotsen liepen, of aan de grond."

"Ik zou het zo opnieuw doen", zegt hij:

'Ik zou het zo weer doen'

Wittenberg betreurt het dat het vandaag in de rechtbank niet is gegaan over boten, vluchtelingen of spionage. De 24 hulpverleners worden er bijvoorbeeld van beschuldigd dat ze radiofrequenties van de Griekse kustwacht hebben afgeluisterd. "Het is niet inhoudelijk over deze aanklachten gegaan, maar alleen over procedurele kwesties en vormfouten."

De advocaten van de hulpverleners vinden dat er juridisch slecht werk is verricht. Zo voerden ze aan dat onduidelijk is welke hulpverlener precies van welk misdrijf wordt beschuldigd, omdat het gaat om een collectieve aanklacht tegen de groep vrijwilligers. Ook zijn de Griekse processtukken niet vertaald, terwijl de verdachten niet allemaal uit Griekenland komen.

'Fatsoen van de maatschappij'

"We hebben de rechtbank gevraagd om verschillende van dit soort fouten te herstellen", zegt Maria Spiliotakara, een van de advocaten van Pieter Wittenberg. "Maar helaas achtte deze rechtbank zich daartoe niet bevoegd om ook deze procedurefouten te herstellen."

Wittenberg vreest dat de rechtszaak reddingswerk in situaties zoals op Lesbos criminaliseert. "Als we zo ver komen in de maatschappij dat dit soort werk een misdaad zou zijn, dan staat het fatsoen van de maatschappij op het spel."

STER reclame