Beeld van de Strade Bianche in 2020 AFP

Een hype. Dat woord valt opvallend vaak in een handvol telefoongesprekken over wielrennen op gravel, oftewel: fietsen over onverharde wegen. Zaterdag worden voor het eerst de Nederlandse gravelkampioenschappen georganiseerd. Onder anderen de profrensters Demi Vollering, Lorena Wiebes en Floortje Mackaij zullen aan de start verschijnen.

Ook de UCI heeft de discipline omarmd. De internationale wielerbond zet volgend seizoen een reeks wereldbekerwedstrijden en een WK op de agenda. Daarmee lijkt 'gravel' definitief een plek in de internationale wedstrijdsport te hebben veroverd.

Wat houdt de discipline precies in? Daarover zijn de meningen nog wel verdeeld.

"Zo'n NK is natuurlijk iets anders dan gravelrijden op zich. Dat is een heel andere beleving", zegt oud-prof Laurens ten Dam, die we gerust de Nederlandse gravelambassadeur kunnen noemen.

Bernal, Van Aert, Alaphilippe en Van der Poel op gravel in Strade Bianche ANP

De afgelopen jaren heeft het gravelrijden een vlucht genomen, ook onder amateurrenners en liefhebbers. Fietsen met een racefietsstuur en dikkere banden, die doorgaans voor het rijden over onverharde wegen worden gebruikt, zijn volgens Ten Dam nog nauwelijks te krijgen.

"Ik heb sinds een jaar of vijf zo'n fiets. Je ontdekt nieuwe weggetjes waar je als wegwielrenner nog nooit had gereden omdat het onverhard was. Dat is onwijs tof. Het gaat minder om de snelheid en het is meer relaxed. Je bent in het bos meer één met de natuur. Ook dat maakt het mooi", aldus Ten Dam, die zich na zijn loopbaan als wegwielrenner stortte op gravelraces en het organiseren van gravelevenementen.

Ik zit in een mailgroep met de gravelprofs wereldwijd. Dan moet je denken aan vijf Amerikanen plus Laurens.

Laurens ten Dam

Henk van Beusekom, manager sport bij wielerbond KNWU, denkt dat de opkomst van gravel ook te maken heeft met de coronacrisis. "Amateurrenners die normaal meededen aan criteriums, zijn de wielersport op een andere manier gaan beleven omdat die wedstrijden er niet waren. Bij die nieuwe invulling past gravel heel goed."

Maar officiële gravelwedstrijden waren er, afgezien van de Drentse Slag om Norg, nog niet in Nederland. Met het organiseren van de eerste NK zet de KNWU een volgende stap. Hetzelfde doet de UCI met de nieuwe wedstrijdreeks en de wereldkampioenschappen.

Strade Bianche

Wielrennen op gravel in wedstrijdverband is niet helemaal nieuw. De Italiaanse voorjaarskoers Strade Bianche, waarbij de renners over kilometers aan 'witte grindwegen' rijden, staat sinds 2007 op de wielerkalender en is bij een groot deel van het profpeloton zeer geliefd.

De Giro d'Italia en de Tour de France sturen de renners ook steeds vaker over een onverhard geitenpad. Tot ergernis van sommigen, die vinden dat ze op de wegen vol kleine steentjes onnodig risico lopen op materiaalpech. De stroken leveren altijd spektakel en mooie beelden op.

Er zijn in de wielerwereld nog niet veel profs die zich volledig op gravel richten. Aan de NK doen bij de mannen ook geen profs mee. "Ik zit in een mailgroep met de gravelprofs wereldwijd. Dan moet je denken aan vijf Amerikanen plus Laurens", lacht Ten Dam.

In de Verenigde Staten is gravelbiken wel al veel langer een serieuze discipline. Ten Dam stond in 2016 al aan de start van Amerikaanse gravelraces. In Unbound (voorheen Dirty Kanza), de bekendste en grootste gravelwedstrijd van allemaal over 320 kilometer, werd hij dit jaar tweede.

"Bij mijn eerste gravelraces in Amerika stonden op de finish duizend blikjes bier en zakken chips. Met de mannen met wie je net in de kopgroep had gezeten, zat je binnen tien seconden na de finish een biertje te drinken en te praten over hoe leuk het was. Ik vind het jammer dat zoiets niet in de Tour de France gedaan wordt", schetst Ten Dam de sfeer rond de Amerikaanse wedstrijden.

"Je kunt het vergelijken met de marathon in Nederland. Er starten 4.000 mensen en alleen de eerste 300 rijden om het echie. Maar al die anderen kunnen wel zeggen dat ze aan dezelfde wedstrijd meededen. De mannen en vrouwen starten ook tegelijk. Dat vind ik ook het leuke aan gravelwedstrijden: hoe tof zou het zijn als Marianne Vos straks tussen de mannen meerijdt?"

NK over brede zandpaden

De Nederlandse kampioenschappen lijken zaterdag niet op die Amerikaanse wedstrijden. In het Veluwse Epe wordt op een lokale ronde van 7,5 kilometer gestreden om de eerste rood-wit-blauwe graveltruien. De mannen rijden 120 kilometer, de vrouwen koersen 70 kilometer over brede zandpaden. Zeventig procent van het parcours is onverhard, de rest is asfalt.

Beeld van het NK-parcours NK gravel Epe

Organisator Mathijs Wagenaar kreeg veel reacties op die opzet. "Het leeft nogal dat gravel opeens een wedstrijdsport is. Voor sommigen is gravel met een koffiemok onder je zadel lekker toeren en onderweg je eigen koffie zetten", vertelt Wagenaar, die zelf aanklopte bij de KNWU om de NK op poten te zetten.

"Binnen anderhalve week hadden we de maximale tweehonderd aanmeldingen binnen bij de mannen. Daaruit kun je wel concluderen dat er vraag is naar dit soort races", aldus Wagenaar, die zelf ook het liefst een open NK over de onverharde paden van de Veluwe had georganiseerd. "Maar je kunt zo'n lang parcours in Nederland niet afsluiten zonder een budget van tonnen. Dat is een utopie."

Hype

Ten Dam laat de NK aan zich voorbij gaan. Hij herstelt nog van een hersenkneuzing en Nederlands kampioen gravel worden staat niet bovenaan zijn prioriteitenlijstje. Hij begrijpt de kritiek wel, maar wil vooral niet oordelend zijn.

"Gravel is avontuurlijk, dicht bij de natuur. Een rondje van 7,5 kilometer is daar niet echt in overeenstemming mee. Maar ik vind het wel mooi dat de organisatie het oppakt. Het is natuurlijk best wel een hype, gravel. Ik snap dat het logistiek lastig is, maar wie weet komt er binnen nu en een paar jaar een NK over een paar honderd kilometer door Nederland."

STER reclame