ANP

De zeespiegel voor de kust van Nederland zal deze eeuw meer stijgen dan verwacht, als de uitstoot van broeikasgassen niet vermindert. Dat is de belangrijkste conclusie van een nieuw klimaatrapport, dat gisteren door het KNMI werd gepresenteerd. Wordt de uitstoot niet beperkt, dan zal de zeespiegel in 2100 zo'n 1,2 meter hoger liggen dan aan het begin van deze eeuw. Het KNMI houdt zelfs rekening met een stijging tot 2 meter - een worstcasescenario. Dat gebeurt alleen als het ijs op Antarctica sneller gaat smelten.

Het is niet voor het eerst dat er concrete voorspellingen worden gedaan over de zeespiegelstijging. Al in 2007 werd een speciale commissie ingesteld die zich hiermee bezighield. Die commissie ging veertien jaar geleden uit van een zeespiegelstijging van ongeveer 1 tot 1,3 meter.

"Toen wij destijds schreven dat de stijging 1 meter zou zijn, werd gezegd dat het zo'n vaart heus niet zou lopen. Dat deed het dus wel. Uit elke nieuwe prognose van de zeespiegel blijkt een hogere stijging dan uit de vorige", zegt oud-hoogleraar duurzame plattelandsontwikkeling en oud-minister Cees Veerman. Hij was destijds voorzitter van de commissie.

De belangrijkste punten uit het rapport op een rij:

Klimaatdeskundige en voormalig hoogleraar Pier Vellinga van de Wageningen Universiteit, die de commissie adviseerde, pleit daarom voor een grondige herziening van het Deltaprogramma. In dat programma staan maatregelen tegen overstromingen en droogte beschreven. Het eerste Deltaprogramma werd in 2011 gemaakt. Er staan doelen in die tot 2050 gelden; tot dat jaar wordt het programma stapje voor stapje bijgesteld. Maar de vraag is volgens Vellinga of die benadering nog wel voldoende is.

Zo was er in 2014 nog sprake van extreme weersomstandigheden die zich rond 2050 zouden kunnen voordoen. Inmiddels heeft Nederland al te maken met zulke extremen. De overstromingen in Limburg van afgelopen zomer zijn volgens Vellinga een goed voorbeeld. "Dat het daar zo hard kon regenen, bleek niet uit modellen."

'Dubbel beschermen'

Gebieden langs de kust en rivieren lopen in de toekomst logischerwijs het meeste risico. Maar Vellinga pleit ervoor om vooral te kijken naar waar de meeste mensen veel gevaar lopen. Op die plekken zouden volgens hem bijvoorbeeld doorbraakvrije dijken gebouwd moeten worden; extra grote, stevige dijken die zo hoog of breed zijn dat de kans op een doorbraak (met als gevolg een volledige overstroming) zo goed als nul is.

Met dubbele dijken kun je het leven in de Randstad misschien 300 jaar rekken.

Hoogleraar Pier Vellinga

Ook dubbele dijken kunnen overstromingsschade enorm beperken. Drukbewoonde lage plekken zoals rondom Rotterdam en Gouda die nu beschermd worden door één dijk, moeten er twee krijgen. "Met dubbele dijken ben je nu veilig en kun je op termijn het wonen in de Randstad een paar honderd jaar rekken. Je koopt tijd." Maar uiteindelijk, zegt hij, zullen meer mensen moeten opschuiven naar de hoger gelegen oostelijke delen van het land.

Oud-hoogleraar Veerman is iets optimistischer. De situatie is volgens hem urgent, maar niet acuut. Toch waarschuwt ook Veerman. "Veertien jaar geleden werd nog gezegd dat 1 meter een veel te hoge voorspelling voor de zeespiegelstijging was. Het had 40, 60 of misschien 80 centimeter moeten zijn, maar zeker geen meter. Maar uit alle schattingen van daarna bleek dat die meter zo gek nog niet was." Over de nieuwe prognoses van het KNMI is hij dan ook niet zo verbaasd.

Vellinga maakt zich ernstig zorgen. "We dachten dat je er met een beetje verhogen en verstevigen van de dijken wel kwam. Maar dat is achterhaald."

Bij dit hoogwaterbouwproject in Friesland wordt al gekeken naar oplossingen voor het geval dat het waterpeil in de Waddenzee zo hoog wordt dat er geen water meer kan worden afgevoerd naar zee:

'Mensen zijn vergeten dat Nederland een delta is'

Volgens Vellinga zitten we nu al in de gevarenzone. De statistiek waarop we onze dijkhoogte baseren, klopt volgens hem niet meer. "De modellen gaan ervan uit dat klimaatverandering geleidelijk gaat. Maar het klimaat gedraagt zich helemaal niet rechtlijnig. Het maakt sprongen en de veranderingen komen onverwachts."

Als voorbeeld noemt hij de orkanen in de Cariben, die in het rapport van het KNMI worden genoemd. Het instituut waarschuwt dat restanten van tropische orkanen de Noordzee kunnen bereiken en in Nederland veel wind en neerslag kunnen veroorzaken.

Draagvlak?

Veerman vreest dat er weinig maatschappelijk draagvlak is voor nieuwe, intensieve maatregelen tegen klimaatverandering. "Het ophogen van een dijk is een grote ingreep voor omwonenden, en kost veel geld."

En dat terwijl Nederland met het huidige beleid volgens Veerman al veel risico accepteert, bijvoorbeeld in het laaggelegen Groene Hart. In de Zuidplaspolder, tussen Gouda en Rotterdam, verrijst de komende jaren een volledig nieuwe plaats. "Daar zal je veel veiligheidsmaatregelen moeten treffen. Doe je dat niet, dan kun je op het dak van je huis niet meer veilig zitten bij een overstroming."

STER reclame