ANP

In 35 jaar tijd is de koopkracht van Nederlanders met 58 procent gestegen. Dat blijkt uit een groot onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Universiteit Leiden waarin herziene gegevens over Nederlandse inkomens van de afgelopen decennia zijn meegenomen. De ongelijkheid in inkomens is in de periode van 1977 tot 1990 toegenomen, in de kleine 20 jaar daarna bleef de ongelijkheid vrijwel gelijk.

"Nederlandse huishoudens zijn er in het algemeen goed op vooruit gegaan, zonder dat dat ten koste ging van stijgende ongelijkheid", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen (CBS). Het onderzoek stelt wel dat de ongelijkheid in Nederland nogal groot is. "Er zijn nog steeds een miljoen mensen die onder de armoedegrens leven. Ik kan me voorstellen dat mensen dat te veel vinden, maar vroeger waren het er nog veel meer."

Uit het onderzoek blijkt dat die stabiliteit bij de verdeling van welvaart te danken is aan hervormingen van het belastingstelsel. Zo daalde de belasting- en premiedruk van 44 procent in 1985 tot 38,2 procent in 2019. Mensen hebben daardoor meer besteedbaar inkomen overgehouden. Ook uitkeringen zoals de AOW en aanvullende pensioenen hebben een sterke herverdelende werking.

Zijn de inkomensverschillen in Nederland groter of kleiner geworden, sinds 1990? En leven er meer of minder mensen in armoede? De antwoorden zijn voor veel mensen verrassend, zocht Nieuwsuur uit.

'Waar doen we dan moeilijk over, hè?'

Studenten en mensen met een sociale uitkering zitten vooral in de laagste inkomensgroep. Zelfstandigen zijn vaak in de onderste en bovenste groep te vinden, omdat die relatief veel winst kunnen maken maar ook grote verliezen kunnen lijden. Werknemers hebben doorgaans een midden of hoog inkomen. Senioren zitten vaker in de lage en middengroep van inkomens.

Het aandeel van de inkomens van de bovenste 1 procent is de afgelopen 40 jaar vrij stabiel gebleven. Het aandeel van de topinkomens is in veel andere landen de afgelopen veertig jaar gegroeid, met name in Angelsaksische landen, stelt het rapport. In 2019 was er geen enkel ander land waar het inkomensaandeel van de topinkomens zo laag was als in Nederland.

"Dat vind ik zelf een van de meest opvallende bevindingen. De stabiliteit die we in Nederland zien is er in andere landen niet. In de Verenigde Staten of zelfs in Duitsland is het aandeel van de topinkomens wel gestegen", zegt Van Mulligen.

Inkomensongelijkheid

Het CBS gebruikt de internationaal erkende Gini-coëfficiënt om de inkomensongelijkheid te meten. Bij een Gini-coëfficiënt van 0 heeft elk huishouden evenveel inkomen. Bij een coëfficiënt van 1 heeft één huishouden al het inkomen.

NOS

De armoedekans is sinds 1977 gemiddeld gedaald. "Dat komt omdat de arbeidsdeelname is gestegen. Werken is de beste remedie om iets te doen aan armoede. Diegenen die werken en alsnog onder de armoedegrens zitten, werken heel weinig en vaak in onzekere contracten", zegt Van Mulligen.

Een andere groep die soms onder de armoedegrens komt zijn zelfstandigen die een slecht jaar hebben gedraaid. "Die kunnen dan wel op hun reserves teren, maar ze worden door het terugvallende inkomen wel meegeteld bij armoede in zo'n slecht jaar. Mensen die daarna nog armoederisico lopen zijn overwegend mensen in de bijstand", zegt Van Mulligen. Van de mensen die een uitkering heeft, zit maar liefst drie kwart onder de armoedegrens.

Gepensioneerden

In het verleden zaten ook veel gepensioneerden onder de armoedegrens, maar dat is veranderd. "Voorheen zat je met de AOW onder de armoedegrens", zegt Van Mulligen. In de jaren negentig maakten AOW'ers een kwart uit van de mensen die onder de armoedegrens zaten. Sinds 2000 is de AOW verhoogd.

"Daardoor zaten er bijna geen gepensioneerden meer onder de armoedegrens. Diegenen die er wel onder zaten hebben hun AOW-rechten niet helemaal opgebouwd, omdat ze bijvoorbeeld in het buitenland hebben gewoond. Als je dan geen aanvullend pensioenen hebt is de kans groot dat je onder armoedegrens uitkomt", zegt Van Mulligen.

De koopkracht van gepensioneerden nam decennialang toe, maar de afgelopen tien jaar is er juist een daling.

NOS

De afgelopen tien jaar ging het om een koopkrachtverlies van bijna 5 procent. Dat kwam vooral omdat pensioenuitkeringen in deze jaren niet of nauwelijks werden geïndexeerd.

STER reclame