Koning Willem-Alexander leest op Prinsjesdag de Troonrede voor aan leden van de Eerste en Tweede Kamer in de Grote Kerk. ANP

Premier Rutte wil niets veranderen aan de hoogte van het salaris van het koninklijk huis. Ook wil hij niet gedetailleerd laten weten hoe koning Willem-Alexander de ruim 5 miljoen euro verdeelt voor zijn personeel en zogenoemde "materiële kosten".

De premier vindt dat meer openheid in strijd is met de grondwet. Daarin staat dat de koning "recht heeft op een eigen levenssfeer".

Er is, schrijft demissionair premier Rutte in een brief aan de Tweede Kamer "geen aanleiding" om de hoogte van het inkomen te praten te "evalueren". Ook is er "geen ruimte" om gedetailleerde informatie te geven over de uitgaven aan de hofhouding.

Wenkbrauwen

De Tweede Kamer dringt al jaren aan op meer transparantie over de begroting van de leden van het koninklijk huis. Ook blijft er discussie over de hoogte van het inkomen van de koning, koningin Máxima en prinses Beatrix.

Tot grote verbazing van regeringspartij D66, GroenLinks, SP en de Partij voor de Dieren kregen de Oranjes er in het coronajaar 2021 vijf procent bij, zo bleek een jaar geleden in een Kamerdebat. "De hoogte doet al langer de wenkbrauwen fronsen", zei D66-Kamerlid Sneller destijds.

Populistisch

Rutte beloofde in dat debat na te denken over de jaarlijkse salarisverhoging, maar hij was zeer terughoudend. Hij vreesde dat een discussie daarover al "heel snel populistisch" zou worden.

De premier zou in december 2020 met een reactie komen. En nu - tien maanden later - meldt hij aan de Tweede Kamer dat hij alles bij het oude wil laten. Het is aan de Tweede Kamer om de zaak anders te regelen, benadrukt hij.

De Tweede Kamer eiste in het Kamerdebat vorig jaar ook dat er in ieder geval inzicht moest komen in de zogenoemde B-component, de uitgaven voor de hofhouding. De Kamer vindt dat de onduidelijkheid over deze uitgaven de koning "onnodig kwetsbaar" maakt voor discussie. De Rekenkamer - die de uitgaven van het rijk controleert - vindt dat iedere vijf jaar gekeken moet worden of de hoogte van die B-component "nog passend" is.

De premier beloofde om de wens van de Tweede Kamer "sportief" uit te voeren. "Ik zie daar geen bezwaar in", was zijn aanvankelijke reactie.

Rentmeester

Nu blijkt de premier weinig scheutig is met de gevraagde informatie. In de brief somt hij op wie er zoal valt onder het personeel. Dat zijn de onder meer de grootmeester, de hofmaarschalk, de stalmeesters, de rentmeester, de directeur van de koninklijke verzamelingen en de secretarissen. Over de materiële kosten wordt niet meer gezegd dan dat ze gebruikt worden voor "activiteiten met een hoog representatief karakter".

Over ruim een week spreekt de Tweede Kamer over de begroting van de koning. Dan zal duidelijk worden of de Kamer genoegen neemt met de antwoorden van de premier.

STER reclame