De vorsende oogopslag van Isaac Newton. De onverstoorbaar soevereine koningin Elizabeth II. De jonge Beatles, vol guitige energie. In het Fries Museum laat de tentoonstelling Icons zien hoe portretkunst, meer dan landschappen of stillevens, uitstijgt boven het kunstwerk zelf.

"Aan de basis van elk portret ligt weer de vraag: hoe wil ik mezelf laten zien en hoe zien anderen mij?", zegt curator Marlies Stoter. Voor de tentoonstelling kreeg ze bijna honderd stukken uit de National Portrait Gallery op bezoek, nu dat Britse museum jaren gesloten is voor een grote verbouwing. Daaronder zijn werken van Rubens, Warhol, Van Dyck en Hockney.

De NPG, de grootste portrettengalerij ter wereld, was uniek bij de oprichting in 1856. Een museum bedoeld om te tonen wie de Britse geschiedenis en cultuur hadden bepaald. Eerste aanwinst (ook in Leeuwarden te zien) was een portret van Shakespeare, uitzonderlijk omdat het als enige tijdens zijn leven werd geschilderd.

Aanvankelijk volgden vooral koningen, staatslieden en kunstenaars, maar inmiddels is de collectie een staalkaart van roem door de eeuwen heen. Tegenwoordig zitten er ook sporthelden, popsterren en mode-iconen tussen.

De collectie illustreert tevens de ontwikkeling die de portretkunst heeft doorgemaakt, van zorgvuldig vormgegeven statussymbool tot Insta-selfie. Stoter wijst op een luisterrijk portret van koningin Elizabeth I. Opulente sieraden als parels en een feniksbroche verwijzen niet alleen haar rijkdom en macht, maar bekrachtigen symbolisch ook het beeld van haar als Virgin Queen.

"Zij was een van de allereersten die aan imagobescherming deed. Ze koos de kunstenaars die haar mochten afbeelden en bepaalde hoe ze mocht worden afgebeeld. Onveranderlijk krachtig, met dat witte gezicht, dat niet ouder mocht worden."

Op andere koningsportretten valt telkens de obligate commandostaf op, als teken van de militaire macht van de afgebeelde vorst. Zelfs koningsmoordenaar Oliver Cromwell ontkomt er niet aan: ook bij hem keren baton en harnas terug als symbool.

Opvallend afwezig is enige verwijzing naar zijn schrijverschap bij het portret van Shakespeare. "Een schilder werd vaak afgebeeld met een penseel in zijn handen, dus je zou hier iets van een ganzenveer verwachten. Maar je ziet gewoon een man in een vrij eenvoudige wambuis, met een wit shirt eronder. Mensen reageren wel eens verbaasd: 'Is dit hem nou echt, de grote schrijver?'"

Kijken in de ziel

De modernere portretten zijn wars van dergelijke attributen. Niemand vroeg David Bowie een microfoon te pakken of Diana een kroon op te zetten. De aandacht is van wat iemand is verschoven naar wie. De moderne kijker kent de status van de afgebeelde vaak al en wil in de ziel kunnen kijken. Bij Bowies portret overheerst zijn androgyne ongrijpbaarheid, Diana is juist ingetogen.

"Degene die het beeld maakt, gaat ook een belangrijke rol spelen", vult Stoter aan. "Als je zoals W.H. Auden gefotografeerd wordt Richard Avedon of hier in Nederland door iemand als Erwin Olaf, dan heb je het gemaakt. Het prestige blijkt uit de maker."

Wat gelijk bleef, was de onmisbare verstandhouding tussen kunstenaar en subject. Margaret Thatcher noch fotograaf Norman Parkinson zal verrast zijn geweest door de fotoreportage met het formele mantelpakje, opgestoken haar en strakke blik. Zelfs Vivienne Westwood wist waar ze aan begon toen Martin Parr haar in hard licht naast een plee en een stapel wc-rollen kiekte.

Tussen al de zorgvuldig vormgegeven beeltenissen valt het portret van architect Zaha Hadid des te meer op. Nog niet eens omdat het in plaats van een schilderij een computerafbeelding is op een lcd-scherm, maar vooral omdat het constant willekeurig van kleur verandert.

Van pastelzacht via woedend rood naar absurd groen schept elke kleurencombinatie een ander beeld van de afgebeelde Hadid. "Ik denk dat de kunstenaar ermee wil zeggen dat een mens nooit helemaal is te vangen in één werk. Je denkt misschien te weten hoe iemand in elkaar zit, maar niemand is helemaal te kennen."

Nooit hetzelfde kunstwerk

STER reclame