Jean-Paul Belmondo in L'Alpagueur (1972) ANP

Hoewel je hem in de klassieke zin van het woord niet direct als 'knap' zou omschrijven, met zijn grote neus, vlezige lippen en de wallen onder zijn ogen, was de vandaag op 88-jarige leeftijd overleden Franse acteur Jean-Paul Belmondo met zijn kwajongensachtige bravoure en ondeugende lach toch zeer aantrekkelijk te noemen.

Aan vrouwelijke aandacht had hij dan ook geen gebrek. Hij had onder anderen relaties met Bond-girl Ursula Andress en de Italiaanse actrice Laura Antonelli. Met de ruim dertig jaar jongere danseres Natty Tardivel kreeg hij op zijn 70ste nog een dochter.

Belmondo groeide op in een chique voorstad van Parijs als zoon van de beroemde beeldhouwer Paul Belmondo. Hij wilde in zijn jongensjaren bokser worden en slaagde daar ook in. Zijn carrière was kort. Hij besloot ermee te stoppen toen hij in de spiegel zag dat zijn gezicht begon te veranderen, zei hij later.

Nouvelle vague

Hij ging naar de toneelschool toen hij twintig was en speelde na zijn afstuderen vooral in het theater. In 1959 kreeg hij zijn eerste belangrijke filmrol in het drama Á double tour van Claude Chabrol. Het jaar daarop brak hij door als acteur met de hoofdrol in het drama À bout de souffle van Jean-Luc Godard, die wordt beschouwd als de eerste film in het nouvelle vague-genre.

Deze vernieuwende filmstijl zette zich af tegen de klassieke Hollywoodstijl waarin zoveel mogelijk werd geprobeerd om de kijker te laten geloven dat alles echt was. Nouvelle vague maakte de kijkers er juist steeds van bewust dat ze naar een film keken. Bijvoorbeeld door de kijkers toe te spreken en de continuïteit in de film te verstoren. De muziek die gebruikt werd was meestal jazz.

Belmondo werd de lieveling van nouvelle vague-regisseurs als Truffaut, Godard en Chabrol, maar werkte ook met Italiaanse filmmakers als Vittorio de Sica die hem tegenover Sophia Loren zette in La ciociara (1960 en Mauro Bolognini die hem een jaar later aan Claudia Cardinale koppelde in La Viaccia. Met Cartouche (1962) en L'Homme de Rio (1964), beide geregisseerd door Philippe de Broca, schakelde hij over op meer commerciële films, in het bijzonder komedies en actiefilms.

Hollywood

Zijn films hadden ook succes buiten Frankrijk en Italië. Er kwamen Hollywood-aanbiedingen, maar Belmondo wees ze af. Hij wilde zijn grote succes niet in gevaar brengen door Engels te spreken in plaats van Frans.

"Elke Fransman droomt ervan om een western te maken, natuurlijk, maar Amerika heeft veel goede acteurs. Ik toon geen valse bescheidenheid, maar waarom zouden ze me nodig hebben? Ik geef de voorkeur aan de nationale film", zei hij in een interview in Los Angeles Times.

Kuifje

Belmondo hield van de stripverhalen van Kuifje, sportmagazines en detectiveromans en maakte het liefst avonturenfilms in plaats van intellectuele films. "Maar met François Truffaut zou ik bereid zijn het te proberen", zei hij in New York Times. En zo geschiedde. In 1969 stond hij in Truffauts La sirène du Mississipi tegenover Cathérine Deneuve.

Geïnspireerd door het succes dat Alain Delon had met het produceren van zijn eigen films, richtte ook Belmondo zijn eigen productiebedrijf op; Cerito Films (vernoemd naar zijn grootmoeder, Rosina Cerrito). De eerste Cerito-film was de zwarte komedie Dr. Popaul (1972), met een hoofdrol voor Belmondo en Mia Farrow.

Wat intellectuelen niet leuk vinden is succes.

Jean-Paul Belmondo

Hij produceerde en speelde ook in de misdaadfilm Stavisky (1974) en maakte daarna een reeks puur commerciële films waaronder de politiefilm Peur sur la ville (1975). Allemaal grote kassuccessen in Frankrijk, maar slecht voor zijn reputatie.

"Wat intellectuelen niet leuk vinden is succes," zei Belmondo in 1990 in The New York Times. "Op succes wordt in Frankrijk altijd neergekeken. Niet door het publiek, maar door intellectuelen. Als ik naakt in een film zit, is dat prima voor de intellectuelen, maar als ik uit een helikopter spring, vinden ze dat verschrikkelijk".

Belmondo maakte het liefst avonturenfilms zoals L'homme de Rio waarvan je hieronder de trailer kunt bekijken:

Halverwege de jaren tachtig ging hij zich weer meer toeleggen op toneel en serieuzere filmrollen. Zo stond hij in het theater met Keane en Cyrano de Bergerac en kreeg hij voor zijn rol in Claude Lelouchs charmante film Itinéraire d'un enfant gâté (1988) zijn eerste en enige César. Overigens weigerde hij de prijs, omdat de maker van het beeldje zich negatief had uitgelaten over het werk van zijn vader.

In 2001 kreeg hij een beroerte en verdween voor enkele jaren uit de publiciteit. Zeven jaar later keerde hij terug op het grote scherm in het drama Un homme et son chien van Francis Huster. In 2011 ontving hij een erepalm op het Filmfestival van Cannes, in 2016 een ere-Gouden Leeuw in Venetië en een jaar later werd hij tijdens de ceremonie van de Césars geëerd met een langdurige ovatie.

De laatste jaren maakte hij geen films meer, maar verscheen nog regelmatig in de publiciteit, met nog altijd die onweerstaanbare, ondeugende lach.

STER reclame