Bescheiden Rogge brengt als IOC-voorzitter rust op moreel en financieel vlak Deze video is alleen in Nederland te bekijken.

"De atleten zijn de baas van het IOC", zei Jacques Rogge in 2011 kort voor zijn tienjarig jubileum als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité. "Ik niet."

Het tekent de zondag op 79-jarige leeftijd overleden sportbestuurder. De bescheiden, zelfs wat schuchtere Belg, was twaalf jaar lang de machtigste man in de sportwereld. Pragmatisch, wars van zelfverheerlijking en daardoor geliefd bij iedereen.

De op 2 mei 1942 in Gent geboren Rogge bleef zijn hele leven liefhebber van de grijze Vlaamse hemel, al bewoog hij zich met even groot gemak tussen de rijksten en machtigsten ter wereld.

Een wielrenner stak niet in hem, maar de kwaliteiten van de Vlaamse stoempers maakt hij zich wel eigen. "Doorzettingsvermogen en hard werken", noemde hij zijn grootste kwaliteiten. "Ik had een beetje de gave van de Flandriens, maar niet het talent. Mijn grootvader was wielrenner aan het begin van de twintigste eeuw. Later nam hij me mee naar de Ronde van Vlaanderen. Mijn jeugd was niet rijk, maar wel comfortabel. Ik heb nooit afgezien."

Goede zeiler, slechte kapitein

Als zeiler schopte hij het wel tot de wereldtop. In de veeleisende Finn-klasse werd hij wereldkampioen bij de junioren en nam hij deel aan de Olympische Spelen in Mexico-Stad (1968), München (1972) en Montreal (1976).

Jacques Rogge als olympisch zeiler in 1972 AFP

Ook was hij een verdienstelijk rugbyer en speelde zelfs tien interlands voor België. "Als rugbyer hebben ze getracht mij kapitein te maken, maar dat is niet gelukt. Ik was veel te veeleisend, was een slechte kapitein. Daar heb ik van geleerd."

Geboren leider

Toch was Rogge een geboren leider. Voordat hij in 1976 zelf deelnam aan zijn laatste Zomerspelen was hij al chef de mission van de Belgische delegatie bij de Winterspelen in Innsbruck. Die klus was te overzien, want de Belgische delegatie in 1974 bestond slechts uit twee skiërs en twee schaatsers.

Tegelijk was Rogge ook nog actief als orthopedisch chirurg (specialiteit: de knie). Pas in 2001 stopte hij met zijn praktijk, nadat hij bij het IOC-congres in Moskou boven Dick Pound en Sergej Boebka werd verkozen tot voorzitter van het Internationaal Olympische Comité.

Rogge ontving bij die gelegenheid de hartelijke felicitaties van president Vladimir Poetin, die dertien jaar later goede sier zou maken met de Winterspelen in Sotsji.

Jacques Rogge krijgt de felicitaties van Vladimir Poetin bij het IOC-congres in Moskou in 2001. Rogges voorganger Juan Antonio Samaranch kijkt toe. AFP

Dat die Winterspelen in Sotsji de Spelen van 'het grote bedrog' zouden worden, daarvan had Rogge nog geen weet. Hij wilde juist afrekenen met de zweem van corruptie en achterkamertjespolitiek die het comité kenmerkten. In tegenstelling tot zijn voorganger Juan Antonio Samaranch is Rogge een bescheiden leider.

De oud-sporter stelde de atleten centraal, niet zichzelf. Zo koos Rogge bij de Winterspelen van Salt Lake City - de eerste onder zijn bewind - voor een onderkomen in het olympisch dorp in plaats van een statig hotel.

Zijn speeches hield hij bewust kort. "Anders zappen ze naar een ander televisiestation. Je spreekt wereldwijd voor een publiek van 4,7 miljard mensen. Dus het moet kort: 2 of 2,5 minuut. En daarin hoop je een boodschap af te geven."

Doping: 'straffen, niet vernederen'

Hoe aimabel ook, met valsspelers had Rogge geen geduld. Onder zijn supervisie werden de dopingregels aangescherpt. De invoering van het bloedpaspoort maakte het gebruik van epo een stuk lastiger en de beslissing om dopingstalen acht jaar beschikbaar te houden voor hertesten miste zijn uitwerking niet.

Zo moesten wielrenner Davide Rebellin en atleet Rashid Ramzi hun medaille een jaar na de Spelen van Beijing inleveren.

Ook werden sporters met een dopingschorsing langer dan zes maanden uitgesloten van de volgende Spelen, al werd die maatregel later geschrapt op last van het internationale sporttribunaal CAS.

In 2011 sprak verslaggever Kees Jongkind met Rogge ter gelegenheid van diens tienjarig jubileum als IOC-voorzitter. Daarbij ging het onder meer over de omgang met dopingzondaars.

IOC-voorzitter Rogge in 2011: 'Ik heb geen dikke nek gekregen'

"Deelname aan Olympische Spelen is geen heilig recht", zei Rogge daarover. "Ik kan het niet goedkeuren, maar ik kan het begrijpen. Gedopeerde sporters zijn geen slechte mensen. Het zijn mensen die in de uitoefening van hun beroep gefaald hebben. En falen is zeer menselijk. Maar dat wil niet zeggen dat je het moet tolereren of gedogen. Je moet straffen, maar je moet niet vernederen."

Voor sporters toont hij begrip, voor dopingartsen niet. "Een atleet neemt een middel, maar zal zelden anderen trachten te overtuigen. Hij is in dat opzicht geen gevaar voor de maatschappij. Een arts die de dopingregels niet respecteert, is dat wel."

Dieptepunt

Het dieptepunt in de loopbaan van Rogge was de dood van de 21-jarige Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvilli aan de vooravond van de Winterspelen in Vancouver in 2010. De anders zo stoïcijnse Rogge kon zijn emoties nauwelijks de baas.

IOC-voorzitter Jacques Rogge geëmotioneerd na het overlijden van de Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvili. EPA

De zesde en laatste Spelen van Rogge als IOC-voorzitter waren die van Londen in 2012. Genieten deed hij van supersterren als Michael Phelps en Usain Bolt, al mocht de show voor hem persoonlijk best wat minder.

'Ik houd van de stilte'

Een jaar later geeft hij in Buenos Aires het voorzittersstokje over aan de Duitser Thomas Bach. "Ik heb mijn plicht gedaan", aldus de Belg. "Contact vormen is voor mij niet vanzelfsprekend. Ik moet dat doen vanuit mijn mandaat, maar op een receptie sta ik niet vooraan. Ik ben schuchter".

Hij liet de sportwereld achter met een beter imago dan hij het aantrof, al werd dat beeld enkele jaren nadien in Sotsji te grabbel gegooid. "Ik denk dat de wereld niet kan zonder het IOC. Ik zal het IOC niet verlaten, ik verlaat de verantwoordelijkheden van het IOC. Mijn hart blijft bij de sport, ik zal het blijven volgen in de stadions, op televisie en in de kranten. Maar ik zal zwijgzaam zijn. Moeilijk? Voor mij niet, ik houd van de stilte."

STER reclame