Syrische vluchtelingen die worden geholpen door een Nederlandse hulporganisatie. De organisatie komt niet voor in het artikel. ANP

Hulporganisaties hebben last van strenge regels die onder meer terrorismefinanciering moeten tegengaan. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS.

Als ze geld willen overmaken naar medewerkers, afdelingen of samenwerkende organisaties in gebieden waar ze hulp verlenen, vaak conflictgebieden, komen anti-terreurregels om de hoek kijken. Betalingen worden daardoor vertraagd of komen zelfs niet aan, en in het uiterste geval kan een bank de organisatie de wacht aanzeggen.

"Wanneer geld binnenkomt is erg onvoorspelbaar", zegt Marjanne van Vliet in Syrië, waar ze noodhulp organiseert voor de christelijke hulporganisatie ZOA. Zij is afhankelijk van geld van de moederorganisatie in Nederland.

Ook voor noodhulp in Afghanistan zijn zeker na de machtsovername van de Taliban problemen te verwachten: geld bedoeld voor projecten in Afghanistan mag niet in verkeerde handen terechtkomen, maar dat is moeilijk helemaal uit te sluiten.

Steeds voorzichtiger

Banken worden door de aangescherpte wetgeving en boete-angst steeds voorzichtiger, melden betrokkenen binnen zowel banken als hulporganisaties. Het gaat daarbij allerminst uitsluitend om een Nederlands probleem: ook in andere Europese landen is het beleid streng, en de Amerikaanse boetes zijn berucht.

Het duurt sowieso weken tot geld binnenkomt, maar dat kan ook maanden zijn, en soms lukt het zelfs helemaal niet om geld over te maken. Ook moeten hulporganisaties regelmatig opnieuw uitleggen wat ze doen en waarom ze het geld moeten overmaken.

Mensen moeten langer wachten op hulp, terwijl we in noodsituaties helpen.

Marjanne van Vliet, ZOA

Los van de papierwinkel die dat met zich meebrengt, heeft dat gevolgen voor projecten. "Mensen die we willen helpen moeten dan langer wachten op onze hulp, terwijl we nu juist in noodsituaties helpen", vertelt Van Vliet.

De organisatie heeft het geld bijvoorbeeld nodig om mensen in een noodsituatie van geld te voorzien of om lokaal goederen te kopen. "Dat doen we zoveel mogelijk lokaal, ook om de economie hier te stimuleren."

De organisatie zag zich zelfs gedwongen een andere bank te zoeken. De oorspronkelijke bank van de organisatie vond het werk naar eigen zeggen heel belangrijk, maar verzocht ZOA toch om een andere bank te zoeken.

Sanctielijsten en wetgeving

De Nederlandse Vereniging van Banken herkent de verhalen. "Maar banken moeten ook aan heel veel regels voldoen", zegt Yvonne Willemsen, hoofd veiligheidszaken bij de NVB. Doen ze dat niet, dan krijgen ze "dikke vette boetes", benadrukt Willemsen.

Banken moeten uitsluiten dat geld onbedoeld bij terroristen of personen op sanctielijsten terechtkomt. "In sommige landen is het moeilijk om dat uit te sluiten, omdat mensen die op de zwarte lijst staan heel verweven zijn met de samenleving daar", zegt Willemsen.

Een jaar papierwerk

De problemen zijn het grootst voor kleinere en nieuwe hulporganisaties. "Voor grotere hulporganisaties is er de afgelopen jaren wel wat verbeterd", zegt Lia van Broekhoven van het Human Security Collective, waar ze hulporganisaties met bankierproblemen helpt.

Samen met vrouwenrechtenorganisatie WO=MEN deed Van Broekhoven in 2019 onderzoek naar het probleem, dat toen ook al speelde. Voor kleine hulporganisaties is sindsdien weinig verbeterd.

Inemarie Dekker, die de hulporganisatie Impact Direct Foundation heeft opgezet, kan daarover meepraten. "Ik ben een jaar bezig geweest met al het papierwerk en ik heb nog niet alles kunnen regelen", zegt ze. "Het lukt ons bijvoorbeeld nog niet om automatisch donaties te innen."

Ook sommige grotere organisaties hebben er last van. Een bekende Nederlandse hulporganisatie met honderden medewerkers geeft aan veel hinder te ondervinden. En ook ZOA is geen kleine organisatie, met duizend medewerkers wereldwijd.

Andere hulporganisaties als Stichting Vluchteling en PAX hebben zelf minder last van de problemen, maar werken bijvoorbeeld samen met kleinere hulporganisaties die wel op problemen stuiten.

Syrië

Banken zijn onder meer gebonden aan sanctielijsten, die veel betalingsverkeer naar landen als Syrië verbieden. Noodhulp is daarvan uitgesloten, maar banken moeten dan wel weten of het ook echt om noodhulp gaat.

Daarnaast moeten banken op zoek naar ongebruikelijke transacties die mogelijk wijzen op terrorismefinanciering. En voordat iemand een bankrekening afsluit, moet een bank inschatten of iemand kwaad in de zin heeft.

Daar komt bij dat betalingen naar bijvoorbeeld Syrië niet rechtstreeks gaan. Een Nederlandse bank kan de diensten van een andere bank gebruiken om de betaling naar het Midden-Oosten te sturen, waarna een bank daar de betaling weer doorstuurt. "En die route kan iedere keer anders zijn", zegt Chris Lukkien, de directeur van ZOA. Elk van die banken is bang voor boetes, en kan dus extra vragen stellen.

"We zijn er inmiddels wat handiger in geworden", zegt Lukkien. "We sponsorden bijvoorbeeld een project met watertanks, maar het woord 'tank' moet je dan natuurlijk vermijden."

Voorzichtiger

Soms sturen hulporganisaties mensen met enveloppen geld de grens over, als een betaling weer eens niet aankomt. Een Nederlandse hulporganisatie heeft dat ook wel eens overwogen. De directeur, die om veiligheidsredenen niet aan dat plan wil worden gekoppeld: "Maar dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling."

STER reclame