AFP

Software van het Israëlische bedrijf NSO Group wordt gebruikt om wereldwijd journalisten, mensenrechtenactivisten en advocaten te hacken. Dat melden zestien internationale media, waaronder de Britse krant The Guardian, The Washington Post, Le Monde en internationale persbureaus, op basis van gelekte documenten. De documenten met telefoonnummers van 50.000 slachtoffers van hacks met de software zijn aangeleverd door Amnesty International en het Franse medium Forbidden Stories.

NSO Group maakt een zogeheten malware-programma met de naam Pegasus. Als een telefoon daarmee geïnfecteerd is, kunnen op afstand bestanden zoals foto's en mails worden binnengehaald. Ook kan de microfoon op afstand worden aangezet. Volgens NSO is de software uitsluitend bedoeld om criminelen en terroristen op te sporen en te schaduwen.

Op de gelekte lijst staan onder meer 180 journalisten van onder meer de Financial Times, CNN, en The New York Times. Dat een naam op de lijst staat, betekent niet per definitie dat de telefoon ook is gehackt, schrijft The Guardian, maar geeft wel inzicht in de potentiële doelwitten van regeringen. Uit een steekproef van de media blijkt wel dat de helft van de telefoons daadwerkelijk sporen van Pegasus bevat.

De klanten van NSO zijn inlichtingen- en opsporingsdiensten en legers in veertig landen, waaronder Rwanda, India, Bahrein, Saudi-Arabië en Azerbeidzjan. Volgens de media die over het lek publiceren, heeft ook de Hongaarse premier Viktor Orbán er gebruik van gemaakt. Op de lijst met potentiële Hongaarse doelwitten staan journalisten, een politicus van de oppositie en tien advocaten. Volgens de EU staan in Hongarije de vrije media en de rechtsstaat onder flinke druk. Hongarije ontkent de mensen die op de lijst staan te hebben gehackt.

De komende dagen worden er meer details en namen gepubliceerd uit de gelekte documenten.

STER reclame