ANP

Het aantal veehouderijen in Nederland moet omlaag en de bedrijven die blijven, moeten in omvang terug. Dat is nodig om verspreiding van ziekten die tussen mens en dier overdraagbaar zijn, tegen te gaan. Dat is de kern van een advies van een groep medisch experts aan het demissionaire kabinet, waar de ministers Van Ark en Schouten de Tweede Kamer over schrijven.

De experts werden aan het werk werd gezet naar aanleiding van de coronapandemie. Ook al is het aannemelijk dat een volgende uitbraak niet binnen Nederland plaatsvindt, moeten ook in ons land verdergaande maatregelen genomen worden, zeggen de experts.

Veebedrijven moeten veel minder dicht op elkaar zitten om te voorkomen dat ziektes van het ene naar het andere bedrijf overspringen, zeggen de experts. Maar er is meer onderzoek nodig om aan te geven hoeveel minder precies, schrijven ze.

Ook adviseren ze het kabinet geen nieuwe pluimveehouderijen meer toe te staan in gebieden waar veel watervogels voorkomen. Het aantal al bestaande bedrijven in zulke gebieden zou zoveel mogelijk moeten worden teruggebracht.

De onderzoekers pleiten er verder voor dat het vaccineren van dieren ook verder onderzocht en gestimuleerd wordt.

Forse impact

Van Ark en Schouten spreken van "stevige aanbevelingen" die een "forse impact" hebben. "Tegelijkertijd staat volksgezondheid altijd voorop en concludeert het kabinet dat het risico op de verspreiding van zoönosen een extra en belangrijke reden is om zorgvuldig te kijken naar de inpassing van de veehouderij in het landelijk gebied", aldus Schouten en Van Ark.

"In het vormgeven van beleid op het gebied van stikstof, klimaat, bodem- en waterkwaliteit zal ook het zoönosenrisico als belangrijke factor moeten worden meegenomen", concluderen de ministers. Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om maatregelen wel of niet door te voeren, zegt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw.

STER reclame